Wetenschap - 25 maart 2013

Nieuw bewijs voor schadelijkheid varroa

Een besmetting met varroa heeft blijvend effect op bijen. Extra eten geven helpt niet. Dat blijkt uit onderzoek van bijenonderzoekers van Wageningen UR.

GA--20110905-_ND72352.JPG
Over de effecten van besmetting van bijenvolken met de varroamijt is al veel bekend. De mijt wordt als één van de grootste oorzaken van bijensterfte gezien. Vooral in tijden van voedselschaarste leggen bijenvolken dan snel het loodje. Bijenonderzoeker Coby van Dooremalen onderzocht in het lab de gecombineerde effecten van varroa en de beschikbaarheid van stuifmeel op individuele jonge bijen.
Verdeeld
Daartoe bracht ze de groei -en de eiwitaanzet- in kaart van de eerste week van jonge bijen die al of niet zijn besmet en al of niet voldoende stuifmeel krijgen. De resultaten zijn volgens Van Dooremalen duidelijk. 'De negatieve effecten van varroa worden niet opgevangen door voldoende te eten. Daar waren de meningen tot nut toe over verdeeld. Er zijn namelijk ook onderzoeken die erop wijzen dat het wel kan.'
Achterstand
Volgens Van Dooremalen bewijst de proef hoe destructief besmetting met varroa is. 'De eerste tien dagen in het leven van een bij zijn heel belangrijk. Dan wordt de eiwitvoorraad opgebouwd, waar ze de hele winter mee moet doen. Onze proef laat zien wat voor een ontzettende groei- en eiwitachterstand bijen oplopen door besmetting met varroa voor de geboorte.' En die achterstand kan niet meer worden ingelopen. Volgens Van Dooremalen komt dat doordat varroamijten belangrijke stofwisselingsprocessen, zeg maar de interne machinerie van de bij, blijvend aantasten. De bij is niet meer bij machte om stuifmeel optimaal te gebruiken.
Zwaar hoofd
Als er schaarste is aan stuifmeel, teren voedsterbijen in op hun eiwit. Uit metingen blijkt dat dit bij bijen vooral ten koste gaat van de buik. Het eiwit in de kop blijft onaangetast. 'Ze teren dus in op de eigen reserves om de voedselsapklieren in de kop zoveel mogelijk te sparen', licht Van Dooremalen toe. 'Alles voor het volk, is kennlijk het devies. Voor andere insecten is dat al eens aangetoond, maar bij mijn weten voor bijen nog nooit.'
De resultaten gelden voor individuele bijen in het lab. Maar ook in het veld en op volksniveau is iets soortgelijks aan de hand. Dat laat vervolgonderzoek zien waar Van Dooremalen nu mee bezig is. 'Ook daar zie je dat de factor varroa erg zwaar weegt.'

Re:ageer