Organisatie - 15 november 2007

Nietig

Voor de machtigste mannen van Wageningen strekt de doodse vlakte van de Betuwe zich uit. Kerktorens kietelen een zwaar wolkendek, waaronder de Rijn vreugdeloos naar het westen stroomt. Bij elk zuchtje wind vallen dode bladeren van de bomen.
‘Moet dat nou?’, vraagt de anders zo opgewekte Martin Kropff. ‘Zo’n wandeling door het Arboretum?’
‘Niet zeuren’, zegt Tijs Breukink. ‘Even lekker uitwaaien. En dan dat uitzicht.’
‘Als je dit zo ziet, dan voel je hoe nietig mensen eigenlijk zijn’, gebaart Aalt Dijkhuizen. ‘De mensen in de Betuwe, tenminste.’
De leider der leiders pauzeert. ‘En dan die pittige herfstlucht’, zegt hij.
‘Er gaat niets boven de geur van organische ontbindingsprocessen’, vindt Breukink.
‘Ik begrijp waarom sommige hoogleraren promovendi met een academisch onvermogen toch laten promoveren’, zegt Dijkhuizen ineens. ‘Jullie ook?’
‘Begrijpen, begrijpen…’, wikt Kropff, diep weggedoken in zijn overjas.
‘Een mensenleven is zo fragiel, zo teer’, zegt Dijkhuizen. ‘Als je als hoogleraar nou weet dat je iemand de martelkamers van een barbaars regime instuurt als je hem zonder bul op het vliegtuig zet, wat moet je dan anders? Dat wil je toch niet op je geweten hebben?’
‘Het geweten is natuurlijk erg belangrijk’, zegt Kropff. ‘Maar het imago van Wageningen Universiteit is ook heel belangrijk. Kunnen we die hoogleraren niet opsporen en…’
‘Afstraffen?’, vraagt Dijkhuizen. ‘Omdat ze een mensenleven belangrijker vinden dan abstracte universitaire principes? Omdat ze niet willen dat een onschuldige jarenlang de gevangenis in gaat?’
‘Als je het zo stelt, niet, misschien’, weifelt Kropff. ‘Maar moet dat in de krant? Paginagroot in ons eigen Resource? Het imago van Wageningen Universiteit…’
‘…kan wel een stootje hebben’, zegt Dijkhuizen.
‘Ik had gehoopt dat je het zou wegcensureren’, mompelt de rector magnificus beteuterd.
Dijkhuizen schudt zijn hoofd. ‘Dit vegen we niet onder het tapijt, Martin. Dit lossen we op. We zullen laten zien dat we weten hoeveel het leven van een promovendus waard is.’
Met getuite lippen laat Breukink zijn vaardige vingers vliegen over de toetsen van een handzame rekenmachine.
‘Tachtigduizend euro’, zegt hij. ‘In het nieuwe model.’

Re:ageer