Wetenschap - 31 oktober 2013

‘Niet alleen spitsen in je team’

tekst:
Albert Sikkema

Tenure track werkt, maar begint te knellen. Vier jaar geleden introduceerde de universiteit een nieuw loopbaanbeleid voor wetenschappelijk talent: de tenure track. Maar het programma is niet onomstreden: doet het standaardtraject wel recht aan de veelvormigheid van de academische wereld? Terwijl een commissie zich over de spelregels buigt, nam Resource een kijkje bij vijf kandidaten van het eerste uur. Hoe verging het ze?


Jacqueline Bloemhof Operationele Research en Logistiek
Wil persoonlijk hoogleraar Duurzame logistiek worden.

Drie jaar geleden was Bloemhof net vanuit Rotterdam naar Wageningen gekomen. Ze heeft drie kinderen en had een contract van 28 uur. Desondanks was ze gemiddeld bijna veertig uur per week met haar werk bezig. ‘Dat is nodig om de eisen te halen, want die zijn fors’, zei ze destijds tegen Resource.’ Twee jaar geleden volgde de beloning, ze werd bevorderd tot uhd1. ‘Van mijn promovendi is er één klaar en zitten er nog vijf in de pijplijn. Op dit moment werk ik aan mijn portfolio voor de grote beoordeling, om persoonlijk hoogleraar te worden. Het voelt als de voorbereiding op de Olympische Spelen. Je moet je kwalificeren en het kan altijd meer of beter.’

Echt aantrekkelijk was het niet voor jonge wetenschappers, vóórdat de tenure track werd ingevoerd. Je stapte in als onderzoeker en vervolgens was het maar afwachten waar het schip van je carrière naartoe zou varen. Kwam er ergens een plek vrij, dan had je een kans, maar wanneer alle oudgedienden bleven zitten waar ze zaten, dan kon je loopbaan zomaar stranden, ongeacht je kwaliteiten. In de praktijk hopten veel jonge wetenschappers van contract naar contract, zonder te weten waar dat toe leidde. De tenure track, overgewaaid uit de Angelsaksische wereld, biedt in dat opzicht duidelijke voordelen. Jong wetenschappelijk talent, maar ook zittende docenten, krijgen zicht op een carrière. Promotie maken is nu geen stoelendans meer, maar hangt af van een objectieve kwaliteitsmeting. Dat is veel eerlijker en beter voor de universiteit, vindt vriend en vijand.

Medewerkers die instromen in de positie van universitair (hoofd)docent (ud en uhd), wor den elke drie jaar beoordeeld op hun publicaties, hun onderwijsprestaties en op de werving van projecten en promovendi. Bij elke bevordering worden de eisen strenger. Na twee tijdelijke contracten van drie jaar krijgen ze een vaste aanstelling. Uiteindelijk leidt de weg naar een persoonlijk hoogleraarschap. Tenzij je niet aan de eisen voldoet, dan mag je op zoek naar ander werk. ‘Up or out’ wordt deze wetenschappelijke carrièreladder ook wel genoemd. Hoewel dat laatste uiteraard niet geldt voor zittend personeel dat de tenure track vrijwillig volgt. Inmiddels zijn er 141 docenten aan tenure track begonnen, 92 ud’ers en 46 uhd’ers. Drie kandidaten hebben de eindstreep inmiddels gehaald en zijn nu persoonlijk hoogleraar. Een onbekend aantal is afgevallen.


Resource1.bmp

Arjan de Visser Erfelijkheidsleer
Wil persoonlijk hoogleraar Experimentele Evolutie worden.

In Resource maakte De Visser zich drie jaar geleden zorgen over de aanstaande beoordeling, omdat hij niet veel promovendi begeleidde en niet heel veel publiceerde. Dat bleek loos alarm. ‘Die beoordeling haalde ik ruim. Ik ben toen bevorderd naar uhd1. Het kostte veel voorbereiding, maar achteraf was het heel goed om een visie te moeten schrijven. Volgend jaar moet ik voor een commissie verschijnen die gaat beoordelen of ik persoonlijk hoogleraar mag worden. Ik voel wel druk door tenure track. In het begin was die druk groot en dat ging ten koste van het werk. Nu ik niet meer voortdurend aan tenure track denk, heb ik meer lol in mijn werk.’  

Carrierejagers
Maar hoe staat het met de kritiek die vier jaar geleden weerklonk bij de invoering van het nieuwe systeem? Tegenstanders van tenure track schetsten toen een grim mig doembeeld van een ‘ieder voor zich’ universiteit waarin egoïstische carrièrejagers de samenwerking in het onderwijs en onderzoek om zeep hielpen. Die voorspelling is niet uitgekomen, zo laten de mensen in het veld weten. De meeste TT-ers lijken zich zeer goed bewust te zijn van het belang van samenwerking binnen de wetenschap. Bovendien zien hoogleraren erop toe dat de taken in de leerstoelgroepen netjes worden verdeeld, zegt Liesbeth Ruyten, die zich met de tenure tracks binnen Omgevingswetenschappen bezig houdt. Een ander kritiekpunt bij de invoering was dat de beoordelingscriteria voor tenure track te zwaar zouden zijn. Ook daar lijkt de soep niet al te heet te worden gegeten. Ruyten ziet veel kandidaten bij Omgevingswetenschappen die de criteria ruim halen. Alleen bij Maatschappijwetenschappen leek de kritiek deels terecht. In die discipline bleek het soms moeilijk om met name aan de acquisitie-eisen (hoeveel projectgeld en aio’s je moet binnenhalen) te voldoen. Zes docenten in de Leeuwenborch stopten mede daardoor voortijdig met tenure track. Inmiddels zijn criteria echter aangepast en de meesten slagen nu met vlag en wimpel.



Resource3.jpg

Gerry Jager Humane Voeding
Wil persoonlijk hoogleraar Sensoriek en Eetgedrag worden.

De ambitieuze psycholoog kwam drie jaar geleden over uit Utrecht om hier universitair docent te worden. Ze werd aangetrokken door het Wageningse loopbaanbeleid, maar wist toen nog weinig van voeding. Inmiddels voelt ze zich als een vis in het water in Wageningen. Jager heeft nu vijf aio’s onder haar hoede, waarvan ze er twee zelf heeft binnengehaald. In maart dit jaar is ze beoordeeld en bevorderd tot ud1. ‘Op de harde criteria scoorde ik prima en de commissie was heel positief over mijn prestaties en visie. Ik zit op schema.’ De volgende stap wordt de bevordering naar uhd en een vast contract. ‘Daarvoor staat drie jaar, maar ik wil het sneller. Volgend jaar ga ik een Vidi-voorstel indienen bij NWO. Als dat lukt kan ik een beoordeling als uhd aanvragen. Maar een makkie is het niet. Sinds ik tenure track doe, ben ik strategischer gaan handelen. Ik kijk steeds of iets in mijn straatje past en met wie ik samenwerk. Ik waak ervoor dat ik niet teveel onderwijs doe.’

Jong gezin

In veel opzichten lijkt de tenure track dus te doen waarvoor ze bedoeld was. Dat blijkt ook uit onze gesprekken met vijf wetenschappers die ervaring hebben met het traject. Bij de aanvang van hun traject werden ze in Resource geportretteerd. Nu, drie jaar later, gingen we opnieuw bij ze langs om te kijken hoe het ermee staat. Uit hun verhalen blijkt dat de tenure track wel heeft gezorgd voor een duidelijker carrièreverloop, maar dat het systeem zelf ook weer nieuwe knelpunten dreigt te veroorzaken. Belangrijke oorzaak: er is maar één traject, met één einddoel. Dat doet geen recht aan de veelvormigheid van ambities bij wetenschappers en behoeften bij de leerstoelgroepen. Zo leidt een tenure track naar een hoogleraarschap, terwijl veel wetenschappers al content zijn met de functie van universitair hoofddocent. Waarom dan toch jonge wetenschappers dwingen om all the way te gaan? Dat vraagt bijvoorbeeld Imke de Boer zich af, een tenure tracker die zelf flitsend carrière maakte en nu hoogleraar Dierlijke Productiesystemen is. Ze kan het nieuwe loopbaanbeleid dus niet alleen als deelnemer maar ook als leidinggevende beoordelen. Haar oordeel is genuanceerd. ‘Als ik nu jong was geweest, was ik misschien niet aan tenure track begonnen. Ik heb jarenlang drie dagen per week gewerkt, want ik vind het gezin ook belangrijk en leuk. Tenure track kwam voor mij op het goede moment, mijn oudste kinderen gingen in 2011 studeren.’ De eisen voor de natuurwetenschappen zijn hoog, weet ze. ‘Ik heb nu twee aio’s die net een kindje hebben gekregen. Als ze verder willen, dan moeten ze in tenure track. Naast de hectiek van een jong gezin geeft dat een enorme druk.’ Maar ook als hoogleraar ziet De Boer dat de eenvormigheid van de tenure track kan gaan wringen. ‘Mijn leerstoelgroep gaat als een speer, ik mag straks drie jonge mensen aannemen in tenure track. Daar worstel ik mee; moeten ze wel allemaal in tenure track? Je hebt niet alleen maar spitsen nodig in je team.’

Petra Derkzen Gestopt

Derkzen was ud in tenure track bij Rurale Sociologie, maar ze is er dit jaar mee gestopt. Ze heeft nu een andere baan buiten de universiteit. Waarom? Daar wil ze liever niet over praten, meldt ze in een e-mail. Drie jaar geleden liet ze Resource al weten te twijfelen over een wetenschappelijke carrière, toen ze na twee tijdelijke contracten op haar eigen baan moest solliciteren. ‘Ik weet niet of ik persoonlijk hoogleraar wil worden.’

Onderwijsbelasting
Een dergelijk geluid is ook te horen bij Gerry Jager, docent bij Sensoriek en Eetgedrag. Als TT-er mag ze niet meer dan 40 procent van haar tijd besteden aan onderwijs. Dat is een probleem omdat de onderwijslast binnen haar groep snel toeneemt. ‘Vorig jaar hebben we een nieuwe minor opgezet die veel studenten trekt en daarnaast groeit de master Sensory Sciences sterk. Eigenlijk hebben we dus behoefte aan een docent met vaste aanstelling. Maar de regels verplichten ons om alleen een vast contract te geven aan iemand in de tenure track, die maximaal 40 procent voor onderwijs kan worden ingezet.’ De toenemende onderwijsbelasting is op meer plekken een probleem. Zoals bij Jacqueline Bloemhof, uhd in tenure track bij Operationele research en logistiek. ‘We moeten meer studenten begeleiden en er komen nieuwe vakken bij. Wie gaat die vakken ontwikkelen en geven? De vaste staf zit eigenlijk al vol. Graag zouden we een nieuwe docent aannemen, maar niet perse in tenure track. Helaas kun je dan weinig perspectief bieden.’ Want de regel is: alleen tenure trackers krijgen op termijn een vast contract.

Resource4.jpg

Imke de Boer Hoogleraar bij Dierlijke productiesystemen
Deed een jaar tenure track als uhd.


Van de vijf geportretteerde tenure trackers uit 2010 is De Boer de enige die al hoogleraar is, een flitscarrière die niet vooraf was gepland. ‘Toen mijn voorganger in 2010 met pensioen ging, was ik net begonnen met tenure track en heb ik niet gesolliciteerd. Maar de eerste sollicitatieronde leverde geen geschikte kandidaten op. Ondertussen was ik gaan nadenken. Ik vond dat de leerstoelgroep gemarginaliseerd werd en dacht dat ik het beter kon. Dus bij de nieuwe sollicitatieronde in 2011 heb ik me aangemeld. En ik werd het! Het gaat me nog steeds om de inhoud, om een duurzame veehouderij, maar als regulier hoogleraar ben ik nu veel meer manager dan in tenure track. Maar het valt me mee, het is leuker dan ik dacht. Ik merk dat de medewerkers het me gunnen en ik zie een nieuwe dynamiek in de groep. We gaan als een speer, iedereen werkt hard. We hebben twaalf nieuwe aio’s, de hoeveelheid publicaties is verdubbeld.’

Alternatieve route
 
Zo lijkt het erop dat de tenure track niet voor iedereen het juiste vooruitzicht biedt. Dat verklaart mogelijk ook waarom het traject voornamelijk beperkt blijft tot nieuwkomers. Zittend personeel kan zich vrijwillig aanmelden, maar doet dat minder vaak dan was verwacht. Een commissie zal zich binnenkort buigen over de oorzaken daarvan. Mogelijk kan die ook de suggestie meenemen van Jacqueline Bloemhof. Zij pleit voor een alternatieve tenure track-route. ‘Niet iedereen wil persoonlijk hoogleraar worden. Ik zie een alternatieve route, waarbij je promotie kunt maken tot en met uhd, met minder hoge acquisitiedoelstellingen maar stevige eisen voor onderwijs en onderzoek. Zo’n gedeeltelijke tenure track route zou rust geven voor de leerstoelgroepen.’


Foto's: Guy Ackermans


Re:ageer