Wetenschap - 7 december 1995

Nienke Loose en Claudia Oomen, vakgroep Humane epidemiologie en gezondheidsleer

Nienke Loose en Claudia Oomen, vakgroep Humane epidemiologie en gezondheidsleer

Vijf maanden onderzoek doen en dan gelijk publiceren in een gerenommeerd tijdschrift. Voor veel onderzoekers is het al een droom, laat staan voor studenten. Maar voor Nienke Loose en Claudia Oomen, die vorige week een colloquium hielden op de vakgroep Humane epidemiologie en gezondheidsleer, is het realiteit. Binnenkort verschijnen hun onderzoeksresultaten in The American Journal of Epidemiology. Hun onderzoeksverslag wijkt dan ook in hoge mate af van de gemiddelde scriptie; het is een Engelstalige publikatie, compleet met abstract en literatuurlijst.

De voedingsstudenten onderzochten de relatie tussen beweging en gezondheid. Is het werkelijk zo dat mensen die veel bewegen er ook een gezonder levenspatroon op na houden? Loose en Oomen concluderen dat dat verband inderdaad bestaat, zowel bij mannen als bij vrouwen. Hoe meer mensen sporten, hoe gezonder ze leven. Mensen die veel sporten, eten meer fruit, rauwkost en volkorenbrood en minder vlees dan mensen met een meer sedentaire levenswijze. Ook roken ze minder en hebben ze minder behoefte aan slaap. Kortom, sportmensen zijn gezondheidsfreaks.

Een publikatie waard, vond het Robert Koch Instituut in Berlijn, waar de voedingsstudenten hun onderzoek uitvoerden. Geen slecht resultaat voor twee beginnende onderzoekers. Ze kregen wel een flinke duw in de rug; het Robert Koch Instituut, vergelijkbaar met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Nederland, had al vijfduizend mannen en vrouwen geenqueteerd over hun levensgewoonten. Veldwerk hoefden de twee dus niet meer te doen. Ze konden meteen aan de slag met de verzamelde data. En dat scheelt natuurlijk een hoop tijd.

We hebben ervoor gekozen een afstudeervak zonder veldwerk te doen", vertelt Claudia Oomen na het colloquium. We wilden in onze studie vooral ervaring krijgen met het statistisch bewerken van gegevens. En aangezien we maar een afstudeervak gezondheidsleer mogen doen, moet je een keuze maken. Het maakte ons eigenlijk niet eens zoveel uit wat voor gegevens we kregen, als het maar over gezondheid en voeding ging", stelt ze pragmatisch. Op het Robert Koch Instituut kon dat; daar konden we gelijk aan de slag."

Dat leidde tot vijf maanden computerwerk. Het lijkt een saaie, droge aangelegenheid, maar Loose en Oomen vinden van niet. In feite is dat ook een soort veldwerk. Ook al zit je de hele dag achter de computer", zegt Oomen. Het is een heel actief proces om de juiste gegevens uit de enquetes te krijgen. Je moet goed weten wat je uit die data wil en kan halen. En hoe langer je eraan werkt, hoe meer je ontdekt. Nieuwe relaties en nieuwe verbanden die je kan leggen. Heel interessant. Ik kijk nu ook heel anders aan tegen publikaties en statistisch bewerkte data. Je wordt geconfronteerd met de twijfels in de statistiek. Dat was heel leerzaam."

Over de begeleiding op het instituut, verzorgd door een Nederlandse onderzoeker, zijn ze beiden zeer tevreden. Claudia Oomen vond het afstudeervak zo leuk dat ze verder het onderzoek in wil; Nienke Loose noemt zichzelf wat minder fanatiek. Maar voor beiden geldt: nog een afstudeervakje en dan zo snel mogelijk de praktijk in. Oomen: Misschien onderzoek bij een GGD of een instituut als het RIVM, dat lijkt me heel interessant."

Re:ageer