Wetenschap - 24 mei 2007

Niemand wil vetzucht bestrijden

Projecten die de vetzuchtepidemie een halt willen toeroepen krijgen het niet makkelijk. Dat voorspelt de Noorse gezondheidspsycholoog prof. Maurice Mittelmark tijdens een bezoek aan Wageningen Universiteit. Misschien komen die projecten zelfs niet van de grond.
Mittelmark was in Wageningen op uitnodiging van dr. Maria Koelen van de sectie Communicatiewetenschap. De hoogleraar organiseerde op 15 mei een seminar in de reeks Communication and Space for Change. ‘Bij onze sectie en de opleiding Gezondheid en maatschappij lopen nu een dozijn aio-projecten naar gezondheid en gedrag’, zegt Koelen. ‘Daarom stellen we de kennis en inzichten van Mittelmark op prijs.’
Mittelmark is directeur van de International Union for Health Promotion and Education en hoogleraar Gezondheidsbevordering aan de universiteit van Bergen. Daar bestudeert hij het slagen of falen van initiatieven die de gezondheid moeten verbeteren door het gedrag van mensen te veranderen. ‘De overheid kan dat in de regel niet’, zegt Mittelmark. ‘Het maakt niet zoveel uit of je de consumptie van alcohol wilt verminderen, de verspreiding van het hiv-virus wilt tegengaan of de voeding in ziekenhuizen wilt verbeteren. Voor een gedragsverandering moeten organisaties uit verschillende sectoren met elkaar samenwerken.’
Organisaties verenigen zich echter alleen rond duidelijk omschreven gezondheidsproblemen. ‘Daarom krijg je geen organisaties bij elkaar in een project dat overgewicht moet verminderen’, zegt Mittelmark. ‘Je vindt organisaties van dikke mensen die discriminatie van dikke mensen bestrijden, of patiëntenverenigingen die opkomen voor de belangen van diabetici, maar geen organisaties die ervoor willen zorgen dat het lichaamsgewicht van mensen vermindert. Vermindering van overgewicht is als gezondheidsprobleem te diffuus, te algemeen.’ Concretere projecten, zoals in een stadsdeel sportvoorzieningen realiseren voor allochtone vrouwen, hebben wel kans van slagen.
Financiering is een doorslaggevende factor in het slagen van initiatieven, zegt Mittelmark. ‘Er is zoiets als te weinig, maar ook zoiets als teveel financiering. Niets is zo funest voor samenwerkingsverbanden als een te gulle overheid. In Noorwegen hebben overheidssubsidies de vrijwilligersnetwerken die zich inzetten tegen alcoholmisbruik de das omgedaan. Door het geld konden de organisaties dure professionals aanstellen, die de vrijwilligers uiteindelijk verdrongen. De netwerken veranderden van brede organisaties met hun wortels in de samenleving in kleine professionele organisaties. Die pakten de zaken misschien wel efficiënt aan, maar hadden weinig draagvlak meer.’

Re:ageer