Wetenschap - 6 augustus 2019

Neonicotinoïden vergiftigen nuttige insecten ook via honingdauw

tekst:
Tessa Louwerens

Neonicotinoïden kunnen ook via honingdauw schadelijk zijn voor nuttige insecten. Het was al bekend dat deze groep insectenbestrijdingsmiddelen via nectar en stuifmeel in bijen terecht kon komen. Dat gebeurt alleen wanneer gewassen bloeien. Honingdauw is echter het hele jaar door beschikbaar.

Bladluizen zuigen het sap van planten op als voedsel. Daarin zitten meer suikers dan dat ze zelf nodig hebben. Het overschot poepen ze weer uit als honingdauw: dat plakkerige spul dat op je fietszadel zit wanneer je onder een lindenboom hebt geparkeerd. Honingdauw is een belangrijke voedselbron voor allerlei nuttige insecten zoals bijen, mieren, sluipwespen, zweefvliegen en andere vijanden van plantetende insecten. ©Shutterstock

In het debat over neveneffecten gaat het voornamelijk over bijen, maar het treft ook allerlei andere nuttige insecten
Marcel Dicke, hoogleraar entomologie

Neonicotinoïden zijn wereldwijd de meest gebruikte groep van insecticiden. Die worden ingezet om schadelijke insecten, die bijvoorbeeld de plant aanvreten, te doden. 'Recente studies laten zien dat insectenpopulaties snel achteruitgaan’, vertelt Marcel Dicke, hoogleraar entomologie. 'Een belangrijke vraag is hoe groot de rol van insecticiden hierin is. In het debat over neveneffecten op nuttige insecten gaat het dan voornamelijk over bijen, maar het treft ook allerlei andere nuttige insecten. De effecten van deze insecticiden zijn waarschijnlijk veel groter dan tot nu toe gedacht.’

Studie
De onderzoekers ontdekten dat nuttige insecten ook worden blootgesteld aan Neonicotinoïden via honingdauw, dat is een zoete vloeistof die wordt geproduceerd door bijvoorbeeld bladluizen, wolluizen of wittevliegen en die een belangrijke voedselbron is voor veel insecten. De studie werd uitgevoerd door onderzoekers van WUR, het Instituto Valenciano de Investigaciones Agrarias en de Universiteit van València en is vandaag gepubliceerd in het prestigieuze tijdschrift “Proceedings of the National Academy of Sciences of the USA” (PNAS).

Sterfte van nuttige insecten door blootstelling via honingdauw is tot nu toe niet in de risicobeoordelingen meegenomen, omdat men zich niet had gerealiseerd dat dit ook een rol kon spelen.

Honingdauw
De onderzoekers behandelden sinaasappelbomen met twee verschillende gangbare neonicotinoïden. Vervolgens infecteerden ze de bladeren met wolluizen, die honingdauw produceren. ‘Als de plant met neonicotinoïden is behandeld, dan zuigen de wolluizen dat op via de plantensappen en dan komt het ook in de honingdauw terecht’, legt Dicke uit. Uit chemische analyses bleek dat de Neonicotinoïden in de honingdauw terecht kwamen en de onderzoekers zagen dat sluipwespen of zweefvliegen stierven als ze van de honingdauw hadden gegeten.

Na-ijleffect
‘Dat gebeurde zelfs al bij behandeling met concentraties die de helft lager zijn dan wat normaal gesproken wordt gebuikt’ vertelt Dicke. Dat kan volgens hem betekenen dat het effect ook lang doorwerkt nadat er behandeld is. ‘Bij hoge concentratie sterven veel van de wolluizen zelf voordat ze veel honingdauw maken. Dus het effect zal in eerste instantie minder zichtbaar zijn. Maar neonicotinoïden blijven lang in de plant en zelfs in de grond aanwezig en dan kun je een na-ijleffect verwachten als daardoor lagere concentraties in de planten voorkomen.’

Het is belangrijk om nieuwe manieren van gewasbescherming te ontwikkelen. Dat vergt een andere mind-set.

Wereldwijd risico
In 2018 heeft de Europese Commissie een drietal neonicotinoïden verboden voor gebruik in open teelten. Deze beslissing is genomen omdat veel studies aantoonden dat deze stoffen schadelijk zijn voor bestuivende insecten zoals bijen. Dicke: ‘Daar is nogal discussie over omdat telers beargumenteren dat het dan wel buiten de bloeitijd kan worden toegepast of bij gewassen die geen bloemen hebben. Sterfte van nuttige insecten door blootstelling via honingdauw is tot nu toe niet in de risicobeoordelingen meegenomen, omdat men zich niet had gerealiseerd dat dit ook een rol kon spelen.’

Neonicotinoïden worden wereldwijd toegepast in gewassen waarin veel honingdauw producerende insecten, zoals blad- en wolluizen, voorkomen. ‘Het is belangrijk om nieuwe manieren van gewasbescherming te ontwikkelen’, zegt Dicke. ‘Ik denk bijvoorbeeld aan strokenteelt met gewasdiversiteit, waardoor er een divers insectenbestand ontstaat en de natuurlijke vijanden aanwezig zijn of het gebruik van insecten voor biologische bestrijding. Die overgang is niet altijd makkelijk en het vergt een andere mind-set, maar er zijn genoeg mogelijkheden.’  

Lees ook: