Organisatie - 1 januari 1970

Negen miljoen voor Inref

Het onderzoeksprogramma voor ontwikkelingsvraagstukken, Inref, heeft zich bewezen en krijgt negen miljoen euro voor een tweede fase van nog eens zes jaar. Opnieuw kunnen zo’n vijftig promovendi aan de slag.

Het Interdisciplinary Research and Education Fund (Inref) was in de jaren 1990 het Wageningse antwoord op de nieuwe markt voor ontwikkelingsgericht onderzoek. De universiteit had toen steunpunten in Burkina Faso en Costa Rica, waar tropenonderzoek gedaan werd en studenten terechtkonden voor stages. Onderzoekers waren er permanent gevestigd. Ouderwets, vond men, want men zag de moderne onderzoeker van ontwikkelingsvraagstukken niet meer als de tropenganger die zich voor jaren in de bush vestigt om zijn eigen geïsoleerde onderzoekje te doen. Een onderzoeker was eerder een flexibele netwerker die kortere reizen maakt en samenwerkt met onderzoekers uit ontwikkelingslanden zelf, die op hun beurt zelf meer onderzoek gaan doen. De steunpunten werden opgedoekt, maar rector Cees Karssen zorgde met succes dat de middelen ervoor beschikbaar bleven voor ontwikkelingsgericht onderzoek en onderwijs. Die werden in het jaar 2000 geïnvesteerd in Inref.
De kern van Inref bestaat uit meer dan vijftig promotieonderzoeken, verdeeld over zes programma’s. De promovendi zijn veelal wetenschappers uit ontwikkelingslanden die hun onderzoek deels in eigen land en deels in Wageningen doen. Daarnaast worden er workshops georganiseerd en is er startkapitaal voor het uitwerken van ideeën. Kenmerk van het onderzoek is dat het interdisciplinair is. Voorwaarde is namelijk dat onderzoeksscholen samen een voorstel maken.
Inref is een succesformule en een lichtend voorbeeld voor ander onderzoek, vindt prof Rudy Rabbinge, decaan van de onderzoeksscholen en één van de initiatiefnemers. ‘Inref past in de globalisering van de onderzoeksmarkt. Wageningen UR is een multinationale universiteit. We gaan via Inref allianties aan met onderzoeksinstituten in onder andere Brazilië, China, India en Afrika.’
De raad van bestuur deelt de mening van Rabbinge. Het besluit nog voor het einde van het programma een tweede fase van zes jaar te gaan financieren met negen miljoen euro uit de eerste geldstroom. Doel hiervan is om van Inref een doorlopend programma te maken, dat ook na 2011 doorloopt. Het programma zal zich op termijn deels zelf bedruipen, verwacht dr Bram Huijsman, directeur van het Noord-Zuid Centrum dat het programma beheert. Promovendi leveren de universiteit immers geld op als ze promoveren. Het budget wordt aangevuld met geld van vooral het ministerie van Buitenlandse Zaken en de Europese Commissie.
De raad van bestuur stemt ook in met een fasering van Inref: drie programma’s gaan volgend jaar in, drie twee jaar later. In de tweede fase van het Inref-programma moet meer nadruk komen te liggen op het nut van de onderzoeksresultaten voor ontwikkeling, aldus Huijsman. ‘Het moet nog duidelijker worden hoe resultaten gebruikt worden.’ Daarom is in de tweede fase ook geld apart gelegd in een ‘nazorgpotje’, waarmee goede resultaten uitgewerkt kunnen worden in bijvoorbeeld een conferentie of beleidsadvies. / JT

Re:ageer