Wetenschap - 6 juli 2012

Nederlandse topbiologen zitten in Wageningen

Nederland telt tien toponderzoeksgroepen op het gebied van biologie. Zes daarvan zitten in Wageningen. Dat blijkt uit het visitatierapport over het biologie-onderzoek van de VSNU.

toppers-620x606.jpg
Het gaat om Entomologie (Marcel Dicke), Nematologie (Jaap Bakker en Wim van der Putten), Fytopathologie (Pierre de Wit), Aquatische ecologie (Marten Scheffer), Natuurbeheer en plantenecologie (Frank Berendse) en Microbiologie (Willem de Vos). Met name bij Fytopathologie is het rapport buitengewoon lovend over de kwaliteit, productie en impact van de groep.
Het onderzoek is uitgevoerd door een commissie van de QANU (Quality Assurance Netherlands Universities) onder leiding van Alex Zehnder, die verder bestond uit buitenlandse biologiehoogleraren. Zij beoordeelden het biologie-onderzoek op de twee Amsterdamse universiteiten, Groningen, Wageningen, Utrecht en Leiden. Nijmegen nam niet deel aan het onderzoek. Biologenblad Bionieuws wist de hand te leggen op het visitatierapport.
Excellent
De commissie constateert dat er veel sterke biologiegroepen op de Nederlandse universiteiten zitten. Maar er zijn maar tien groepen die naar internationale maatstaven excellent zijn. Zij krijgen vier keer het hoogste cijfer - een 5 - voor de kwaliteit, productiviteit, relevantie en levensvatbaarheid van de onderzoeksgroep. Naast de zes Wageningse onderzoeksgroepen gaat het om twee onderzoeksgroepen van de Universiteit van Amsterdam en eentje in Utrecht en Groningen. Had Nijmegen deelgenomen aan het onderzoek, dan was er vermoedelijk nog een topgroep bijgekomen.
Science
Het oordeel van de QANU over de Wageningse topgroepen wijkt nauwelijks af van de beoordeling van de internationale visitatiecommissie die in 2009 de Wageningse onderzoekscholen beoordeelde. Ook toen kregen Entomologie, Nematologie, Fytopathologie en Microbiologie de hoogste score van 20 punten. Van de toenmalige topgroepen krijgt alleen Plantaardige Productiesystemen nu een puntje minder van de commissie. De groep van Ken Giller publiceert veel, maar moet wat vaker in Science en Nature terechtkomen, vindt de commissie. Daar staat tegenover dat de groepen van Marten Scheffer en Frank Berendse nu wel de maximale score krijgen.
Subtoppers
De universiteit kent ook erkende subtoppers die steeds een puntje tekortkomen voor een topklassering. Zo krijgt Experimentele zoologie, de groep van Johan van Leeuwen, 19 punten, net als Biochemie (Sacco de Vries) en Moleculaire biologie (Ton Bisseling). Daarmee bevindt Bisseling zich in goed gezelschap van Ben Scheres, de Utrechtse moleculair bioloog die binnenkort de groep van Bisseling komt versterken. Ook die krijgt 19 punten.
De cijfers van de visitatiecommissie kunnen een rol gaan spelen bij de taakverdeling van het biologie-onderzoek over de zeven universiteiten met een biologie-opleiding. Concentratie van sterke, aan elkaar verwante groepen zou de kwaliteit in stand moeten houden. Daarbij lijkt één ding duidelijk: het plantenbiologisch onderzoek concentreert zich in Wageningen.

Re:ageer