Wetenschap - 7 februari 2002

Nederlandse natuur verandert door warmer klimaat

Nederlandse natuur verandert door warmer klimaat

Papegaaienkruid en straatliefdegras rukken op

Het warmer wordende klimaat heeft daadwerkelijk effect op planten en dieren in Nederland, stellen biologen van Wageningen Universiteit, de Universiteit van Amsterdam, het Nationaal Herbarium te Leiden, en de stichtingen Floron en Tinea.

Planten gaan niet alleen eerder bloeien, ook rukken ze op naar het noorden. "De warmteminnende plantensoorten zoals de bijenorchis, de late stekelnoot en het papegaaienkruid zijn sterk in aantal toegenomen in Nederland. Dit zijn de soorten die veel voorkomen op droge gronden of zandgronden en een oorspronkelijk verspreidingsgebied hebben dat meer continentaal en mediterraan ligt ten opzichte van Nederland", zegt dr Harmke van Oene van de Wageningse leerstoelgroep Natuurbeheer en Plantenecologie.

De warmteminnende planten hebben betere kansen gekregen als gevolg van de zachte winters, maar ook als gevolg van de verstedelijking. Stedelijke gebieden stralen namelijk veel warmte uit. Het straatliefdegras, typisch voor stedelijke gebieden, rukt bijvoorbeeld ook op.

Dat ook het dierenleven invloed ondervindt van klimaatverandering, blijkt uit het onderzoek naar nachtvlinders. De stichting Tinea ontdekte dat vlinders die de winter doorbrengen als volwassen insect een kleinere kans hebben om levend het voorjaar te halen. De winters zijn milder en ook natter geworden en daar kunnen de vlinders slecht tegen.

Er zijn ook sterke aanwijzingen gevonden voor ecologische veranderingen in het verleden als gevolg van klimaatverandering. Onderzoekers van de UvA hebben veenlagen uit Engeland en Denemarken geanalyseerd die informatie geven over de toen aanwezige plantensoorten over een periode van honderden jaren. Onder andere de zogeheten Kleine IJstijd rond 1600 blijkt gepaard te zijn gegaan met een omschakeling naar veenmossen en andere planten die bestand zijn tegen een koel klimaat.

Een belangrijkere vraag die de onderzoekers wilden beantwoorden, is wat de toekomstige effecten zijn van klimaatverandering op de natuur. Van Oene kwam op basis van modelberekeningen tot de verrassende ontdekking dat de hogere CO2-concentratie de komende decennia meer invloed kan hebben dan een veranderende temperatuur en neerslag: "Doordat de CO2-concentratie in de atmosfeer omhooggaat, sluiten de huidmondjes van de planten meer waardoor ze minder gaan transpireren. Daardoor hoeven ze minder water uit de grond te onttrekken. Dit is positief voor planten die lijden onder de verdroging die een aantal gebieden in Nederland teistert. Zorgwekkend is echter dat de afbraak van organische stof in de nattere gronden toeneemt en hiermee de stikstofmineralisatie. Het stikstofreductiebeleid wordt daarmee nog urgenter." Van Oene schat dat hoewel er veel maatregelen worden genomen om de overvloed aan stikstof in de Nederlandse bodems te verminderen, klimaatverandering het effect van stikstofreductiemaatregelen teniet kan doen. "We moeten de stikstofemissie sterker reduceren dan we nu doen en tegelijkertijd moeten we de CO2-emissie tegengaan."

Of de biodiversiteit in Nederland gaat veranderen door het warmere klimaat, is nog onzeker. Van Oene: "We krijgen er warmteminnende soorten bij, maar tegelijkertijd kunnen we nog steeds soorten verliezen als gevolg van de stikstofovervloed in de bodems." | H.B.

Re:ageer