Wetenschap - 8 maart 2001

Nederlandse en Europese Voedsel Autoriteit zijn in aanbouw

Nederlandse en Europese Voedsel Autoriteit zijn in aanbouw

Boven de EU hangt de zwarte rook van een voedselcrisis. Terwijl de camera's van de media inzoomen op ontruimingen en noodslachtingen, werken beleidsmakers en wetenschappers koortsachtig aan nationale en Europese voedselautoriteiten. Hoever zijn ze? Welke problemen rijzen er? Dr. ir. Kees de Gooijer, dr. Dick van Zaane en dr. ir. Harry Kuiper lichten een tip de sluier op.

Vorig jaar mei zat De Gooijer, operationeel directeur van Rikilt, in een crisisteam. Door een brand in een opslagplaats voor chemisch afval in Drachten waren er misschien giftige stoffen vrijgekomen. E?n van de eerste dingen die hij adviseerde, was de boeren te verplichten hun vee op stal te houden, zodat de dieren niet in contact kwamen met eventueel ontsnapte gifstoffen. "Maar dat kon niet. Voordat je zo'n maatregel kon afkondigen, moest je hem eerst bekendmaken in de Staatscourant."

Het voorbeeld geeft volgens De Gooijer aan hoe moeilijk het nu is om de veiligheid van voedsel te garanderen. Bevoegdheden zijn versplinterd over verschillende niveaus en organisaties. Hoewel De Gooijer heilig gelooft in de veiligheid van het Nederlandse voedsel, is het volgens hem geen wonder dat de consument door de bomen het bos niet meer ziet. "Als er een restaurant wordt gesloten, dan is dat het werk van de Keuringsdienst van Waren. Als er wordt ingegrepen in de visserij, dan is dat de Algemene Inspectie Dienst. En bij het ruimen van besmet vee duikt ineens de Rijkskeuringsdienst van Vee en Vlees op." De in oprichting zijnde Nederlandse Voedsel Autoriteit of NVA moet een einde maken aan de bestuurlijke versplintering.

Drie poten

De NVA krijgt volgens het besluit van de ministerraad drie poten: onderzoek, waarborging en voorlichting. De onderzoekspoot is een instituut voor voedsel en veiligheid, dat zou ontstaan door samenvoeging van bijvoorbeeld Rikilt, RIVM, onderdelen van ID-Lelystad en Rivo en het publieke deel van TNO. In totaal gaat het om ongeveer achthonderd man, die zich onder meer bezighouden met de risicobeoordeling van voedsel, de ontwikkeling van meetmethoden en het onderhouden van informatienetwerken.

De Gooijer ziet de onderzoekstaak van de NVA breder dan alleen het bepalen of voedingsmiddelen wel of niet door de beugel kunnen. Hij licht het toe met een voorbeeld: "Vis bevat PCB's. Daar zijn risico's aan verbonden. Maar als je vis weglaat uit een dieet stijgt de kans op hartziekten." Het onderzoeksinstituut zou zich ook met dat soort afwegingen bezig moeten houden.

De waarborgingspoot, die daadwerkelijk toezicht op de voedselproductie moet gaan houden, wordt met ongeveer drieduizend man de grootste tak van de voedselautoriteit. Het waarborgingsbureau, zoals het nu in wandelgangen provisorisch heet, ontstaat door samenvoeging van instellingen als de Keuringsdienst van Waren en de RVV.

De voorlichtingspoot bestaat al, maar heet nu nog het Voedingscentrum. Daar werken ongeveer zeventig mensen, maar dat zouden er in de toekomst meer moeten worden.

De co?rdinatie is in handen van de eigenlijke Nederlandse Voedsel Autoriteit. Die is onlangs opgericht. Prof. dr. ir. Wim De Wit, in het verleden directeur van Rikilt, zwaait er inmiddels de scepter. Hoe de relatie tussen de drie poten en de centrale NVA eruit komt te zien, is nog onduidelijk. In de documenten staat dat de NVA een 'regisserende rol' moet gaan spelen. Wat dat precies gaat inhouden, is nog onbekend.

Ministerie van Gezondheid

Evenmin is duidelijk onder welk ministerie de NVA gaat vallen: onder LNV, VROM of VWS? Waarschijnlijk, zo melden Haagse bronnen, zal de oprichting van de Europese Voedsel Autoriteit parallel lopen aan een herschikking van de aandachtsvelden van de ministeries. In het meest extreme scenario houdt het ministerie van LNV op te bestaan. Delen van de drie ministeries gaan dan samen in een ministerie van Gezondheid.

In alle Europese landen moet uiteindelijk een nationale voedselautoriteit komen. Allemaal komen ze te vallen onder een Europese voedselautoriteit: de EVA. Europolitici zijn het er nog niet over eens wat voor instelling dat moet worden, weet dr. Dick van Zaane. Van Zaane is directeur concernontwikkeling van Wageningen UR. "Het ene idee is dat de EVA een krachtige, grote organisatie moet worden. Het andere idee is dat van een kleine, lichte organisatie, die vooral co?rdineert. Er lijkt een lichte voorkeur te zijn voor het tweede idee."

Internationale kennisnetwerken, zoals Safe Food in Europe en het European Food Safety Network - waarin Wageningen een voortrekkersrol speelt - zullen met de EVA samenwerken.

E?n van de barri?res die de wegbereiders van EVA moeten nemen is de overlevingsdrang van de betrokken organisaties. De voorzichtigheid waarmee deze organisaties opereren is begrijpelijk, vindt Van Zaane. "Het gaat per slot van rekening om de baan van honderden mensen. Er staat veel op het spel."

Sommigen binnen Wageningen UR vrezen dat de ontwikkelingen rond de NVA zullen leiden tot het vertrek van Rikilt. Van Zaane: "Rikilt functioneert momenteel uitstekend binnen Wageningen UR en zal dat in de toekomst ongetwijfeld ook blijven doen." Directeur De Gooijer vindt het nog te vroeg om er uitspraken over te doen. Maar de onafhankelijke status van de Rikilt-onderzoekers zal geen argument zijn voor een hypothetisch besluit om Wageningen de rug toe te keren. "Alle instituten zijn BV's - behalve Rikilt. Dat was natuurlijk niet voor niets."

Amerikaanse openheid

In de Verenigde Staten bestaat al sinds tientallen jaren een nationale voedselautoriteit: de FDA. In de VS ligt deze Food and Drug Agency echter onder vuur. De belangrijkste kritiek is dat het agentschap zich laat inpakken door het bedrijfsleven.

Kuiper, hoofd Veiligheid en gezondheid van voedsel bij Rikilt, gelooft er niets van. Wat misschien aanleiding tot de negatieve beeldvorming heeft gegeven, is de samenwerking tussen de FDA en de producenten. Als fabrikanten een nieuw geneesmiddel of gewas aan het ontwikkelen zijn, is er overleg tussen de FDA - die het nieuwe product straks moet gaan keuren - en de ontwikkelaars. In Nederland zou zoiets ondenkbaar zijn, maar Kuiper ziet de goede kanten van de Amerikaanse gewoonte van pre consultation. "Een fabrikant weet zo waar hij op moet letten en welke methoden hij moet gebruiken om de veiligheid van zo'n product te onderzoeken. Als je ervoor zorgt dat je onafhankelijk blijft, dan is daar toch niets mis mee?"

In Nederland zijn dergelijke contacten tussen producenten en beoordelaars niet toegestaan. In de komende voedselautoriteiten moet dat zo blijven, vindt Van Zaane. "Je moet alle schijn van be?nvloeding vermijden. Wel moeten de voedselautoriteiten met de producenten kunnen overleggen over de eisen waaraan een productdossier moet voldoen."

Volgens Kuiper levert de FDA 'een interessant model' voor Europese en nationale voedselautoriteiten. "De FDA is bijzonder open. Alle belangrijke documenten zijn openbaar en bij prangende zaken zijn er onafhankelijke audits en hearings. Consumentengroepen en bedrijven kunnen daaraan deelnemen. De FDA is daar heel sterk in." Die openbaarheid is een belangrijk middel om consumenten vertrouwen te geven, vindt Kuiper. "Veel crises van de afgelopen jaren waren geen crises. De dioxinecrisis was bijvoorbeeld geen crisis. Dat was een incident." Volgens Kuiper kan goede informatie voorkomen dat een incident in het hoofd van de consument uitgroeit tot een crisis.

De wetenschappelijke commissies van de Europese Unie publiceren daarom al hun adviezen op internet. Sinds kort gebeurt dat direct, zonder tussenkomst van de ministerraad. Een stap in de goede richting, aldus Kuiper. "Alleen kun je je afvragen of dat materiaal voor consumenten niet te specialistisch is."

Openheid dus. Hoe open worden de NVA en de EVA eigenlijk? Hoe krijgt de 'sceptische samenleving' invloed op het handelen van de voedselwachten? De Gooijer: "Boven de voedselautoriteit staan natuurlijk de ministeries en de Tweede Kamer." Daarnaast krijgt de onderzoekspoot van de NVA waarschijnlijk een programmaraad, waarin buitenstaanders zitting hebben. De raad moet gaan adviseren over de richting die het onderzoek moet inslaan.

Voor de EVA moeten er ook zulke constructies komen. Van Zaane denkt aan een toezichtsorgaan. "Overheid, bedrijven, wetenschappers en burgers zouden er een plaats in kunnen krijgen. Zo maak je dat de EVA alert is op maatschappelijke ontwikkelingen."

Willem Koert en Korn? Versluis

Re:ageer