Wetenschap - 7 november 2002

Nederland scoort internationaal goed, maar voor hoelang?

Nederland scoort internationaal goed, maar voor hoelang?

Nederland gaf in 1998 zeven procent meer aan studenten uit dan het gemiddelde OESO-land. Verder zijn de uitgaven erg laag. Dat staat in het jaarlijkse OESO-rapport 'Education at a Glance'. Maar wat zeggen die cijfers?

'Education at a Glance' is een optimistische titel, want een vluchtige blik volstaat absoluut niet. Aan alle getallen zitten haken en ogen. Voor- en tegenstanders van het onderwijsbeleid kunnen zodoende citeren wat hun goed uitkomt.

Neem de uitgaven van de overheid 'per student'. De studiefinanciering blijkt daar niet onder te vallen. Uit andere bron (het rapport Euro-student 2000) blijkt dat Nederlandse studenten veel studiefinanciering krijgen. Veertig procent komt van de overheid. Alleen Finland geeft net zoveel. Aan studenten geeft Nederland dus veel uit.

Als percentage van het bruto binnenlands product (BBP) is de uitgave aan onderwijs echter van 5 naar 4,8 procent gedaald. Dat is 0,7 procent minder dan gemiddeld in andere EU-landen en 0,4 procent minder dan gemiddeld in de OESO. De percentage van het BBP dat naar hoger onderwijs gaat, is 1,4 procent.

Het geld is in 'Education at a glance' uitgedrukt in dollars. Die dollars weerspiegelen niet de wisselkoers, maar de koopkracht. Hoe goed vallen de cijfers dan uiteindelijk te vergelijken? Bovendien zijn de bezuinigingen alweer doorgegaan en scoort Nederland op dit moment eigenlijk nog lager.

De gedachte dat lage overheidsuitgaven per student tot lage onderwijskwaliteit zou leiden, noemt het rapport "misleidend". Kijk maar naar Japan, Korea en Nederland. In die drie landen is de kwaliteit hoog, terwijl de overheid weinig betaalt.

De universiteitenvereniging VSNU meent dat lage investeringen hun vernietigende effect pas op langere termijn krijgen. Woordvoerder Boukje Keijzer: "Als je een vernieuwende onderzoeksgroep wilt opzetten, ben je zo vijf jaar verder. Artikelen doen er jaren over voor ze in tijdschriften terechtkomen. Stel dat we volgend jaar de negatieve gevolgen van de overheidsfinanciering merken en we gaan meteen bijsturen. Dan duurt het op zijn minst zeven jaar voor we de positieve effecten kunnen zien."

OESO is de denktank van zesentwintig industrielanden, waaronder de meeste Europese landen, de VS, Canada, Nieuw Zeeland, Australi?, Turkije en Mexico. Het onderzoek komt jaarlijks uit en kijkt nu naar de periode van 1995 tot 1999. | HOP

Re:ageer