Wetenschap - 21 september 2016

Neanderthaler kon beter tegen rook dan mens

tekst:
Albert Sikkema

Neanderthalers bezaten een aantal genetische kenmerken die hen beter bestand maakten tegen giftige rook dan de hedendaagse mens. Dat concluderen Wageningse en Leidse onderzoekers in Plos One. Tot hun verrassing ging de ontdekking van het vuur bij de mens niet gepaard met genetische aanpassingen die hen beter beschermden tegen giftige rook.

De kunst van het maken en gebruiken van vuur was één van de grootste ontdekkingen van de mensheid, vond Charles Darwin. Dat vuur beschermde onze verre voorouders tegen kou en zorgde ervoor dat ze hun voedsel konden koken. Maar waar vuur is, is rook. En die rook bevat giftige stoffen die kanker, longontstekingen, een lagere vruchtbaarheid en hartkwalen kunnen veroorzaken. Dat weten we inmiddels uit gezondheidsonderzoek.

Merkers
Die positieve en negatieve effecten van vuur bracht Leidse archeologen op het idee om het DNA van Neanderthalers, primitieve en hedendaagse mensen te onderzoeken op genetische merkers van het gebruik van vuur. Hoofdonderzoeker Jac Aarts is zowel archeoloog in Leiden als moleculair bioloog in Wageningen. Hij vermoedde dat de ontdekking van het vuur en de blootstelling aan rook heeft geleid tot genetische aanpassingen zodat de mens beter bestand was tegen rook. Naast Aarts bestond het onderzoeksteam uit vier Leidse archeologen, voormalig Wagenings toxicoloog Gerrit Alink en Harm Nijveen van Bioinformatica.

Gorilla's
Aarts maakte gebruik van de recent opgehelderde DNA-volgorde van onze prehistorische verwanten, de Neanderthalers en Denisovans, tijdgenoten van de Neanderthalers in Azië. Hij testte 19 genen die eerder via tabaksstudies in verband waren gebracht met verminderde vruchtbaarheid als gevolg van rook en de gevoeligheid voor giftige stoffen in verhit voedsel. Hij vergeleek onze genen niet alleen met die van de Neanderthalers en Denisovans, maar ook met die van chimpansees en gorilla’s, verwante soorten die geen vuur gebruiken en dus niet blootstaan aan rook.

Defensie
Uit deze vergelijking bleek dat de Neanderthalers en Denisovans genenvariaties hadden die beter de giftige componenten in rook onschadelijk maakten dan de mens. Tot verrassing van de onderzoekers hadden ook de mensapen deze defensie-linie tegen giftige rook. Ze vermoeden dat dit gen de apen beschermt tegen plantaardige toxines en dat de genetische bescherming tegen giftige rook in de mens veel ouder is dan het maken van vuur.

Anders dan je zou verwachten, verbeterde onze genetische verdedigingslinie tegen giftige rook niet, maar lijkt die juist te verslechteren. De minder efficiënte genen tegen giftige rook lijken vaker voor te komen vanaf 45.000 jaar geleden, aldus Aarts. Wanneer de mens het maken van vuur ontdekte, is nog onduidelijk. De ramingen lopen uiteen van 2 miljoen tot 350 duizend jaar geleden.

Ontgiften
Waarom die genetische verandering plaatsvond, weten de onderzoekers niet. Het is denkbaar dat we ons voedsel veel beter kunnen ontgiften sinds we kunnen koken en dat we ondanks de aanwezigheid van giftige rook minder gifstoffen in ons lichaam moesten opruimen, suggereert Aarts.

Het artikel.


Re:ageer