Wetenschap - 15 maart 2007

Nauwelijks verspreiding genmaïs

De besmetting van gewone en biologische maïs door transgene maïs blijft ver onder de afgesproken normen. Dat blijkt uit een veldproef van Plant Research International.

508_nieuws.jpg
Onderzoeker dr. Bert Lotz onderzocht de uitkruising van transgene maïs met reguliere rassen in zes proefvelden. Op drie proeflocaties was de afstand tussen de reguliere en de genmaïs 25 meter, op de drie andere 250 meter. Die afstanden zijn gekozen omdat de stuurgroep Co-existentie die als norm wil gebruiken voor de afstand tussen respectievelijk genmaïs en gewone maïs, en genmaïs en biologische maïs.
In velden op 25 meter afstand vonden de onderzoekers gemiddeld in 0,08 procent van de maiskorrels genetisch gemodificeerd DNA terug. Bij 250 meter was dat 0,005 procent. Op 25 meter maten de onderzoeker maximaal 0,4 procent besmetting, op 250 meter op zijn hoogst 0,04 procent. Volgens Europese normen moet een gangbaar product gelabeld worden bij 0,9 procent genetisch gemodificeerd materiaal. Biologische boeren willen helemaal geen besmetting.
De proef werd begeleid door de stuurgroep Co-existentie waarin vertegenwoordigers van landbouworganisaties zitting hebben. Zo ook Biologica, belangenorganisatie van biologische boeren. Voorzitter Pieter Hijma wil nog geen conclusies trekken uit de proef. ‘Maar de eerste indruk is dat het goed zit. De getallen zijn zo ongelofelijk laag.’ PRI zal de proef volgend jaar herhalen.
De proeven werden aanvankelijk verstoord door acties van Greenpeace. Volgens de onderzoekers is er wel schade aangericht, maar zijn de cijfers daarvoor gecorrigeerd.

Re:ageer