Organisatie - 1 januari 1970

‘Natuurcompensatie moet beter’

Het is onvoldoende om voor elke hectare natuur die verloren gaat door de bouw van woonwijken of infrastructuur een nieuwe hectare natuur aan te kopen. Natuurcompensatie moet kwalitatief aangepakt worden door het vroegtijdig te plannen en oog te hebben voor de relatie met de omringende natuur en het landschap.

Dat schrijven dr Diana Prins, drs Nanny Gijsen en prof Paul Opdam van Alterra in het tijdschrift Landschap. Ze zijn niet tevreden over de praktijk van de natuurcompensatie: ,,Als het aantal hectares dat gecompenseerd moet worden maar wordt aangekocht en ingericht is men allang tevreden.'' Maar de betrokkenen houden volgens de onderzoekers te weinig rekening met de voorwaarden die nodig zijn om een kwalitatief goede natuur te realiseren.
Natuurcompensatie moet volgens de onderzoekers eerder in de planvorming worden meegenomen. Dat biedt de mogelijkheid meer oog te hebben voor het milieu van de plek die men kiest; of daar sprake is van verdroging, of het voedselrijk of -arm is, of de plek aansluit bij ecologische netwerken in de buurt, en of het voldoende robuust is.
Volgens Opdam is het een kennisprobleem. De aandacht is nu in de planningspraktijk nog te veel gericht op vegetatiesoorten en dierensoorten die men bij natuurcompensatie wil ontwikkelen en beschermen. Mede daardoor is natuurcompensatie iets geworden wat pas aan het einde van het planningsproces gebeurt. De laatste tien jaar is er in de wetenschap meer aandacht voor het ontwikkelen van ecologische netwerken. Wil je dat realiseren dan zul je natuurcompensatie eerder in het planningsproces moeten opnemen. | M.W.

Re:ageer