Wetenschap - 1 januari 1970

Natuurbeschermers en kokkelvissers sceptisch over onderzoek

Natuurbeschermers en kokkelvissers sceptisch over onderzoek

schelpdiervisserij

Wadonderzoekers steken zich in politiek wespennest

Deze zomer wordt het eindrapport van het grootschalige onderzoek naar de
schelpdiervisserij verwacht. Een maatschappelijke discussie zal
ongetwijfeld volgen. Vooral de kokkelvisserij vormt een heikel probleem. De
meningen van natuurbeschermers en kokkelvissers over de schade die de
kokkelvisserij toebrengt aan de Waddenzee staan lijnrecht tegenover elkaar.
Het evaluatieonderzoek zal hun mening daarover niet veranderen, verwachten
ze. De onderzoekers krijgen gewild of ongewild een politieke positie
toegewezen.

Sinds 1999 werken wetenschappers van Alterra Texel, het RIVO, het
Rijksinstituut voor Kust en Zee (RIKZ) en het Nederlands Instituut voor
Onderzoek der Zee (NIOZ) aan het grootschalige evaluatieonderzoek naar de
schelpdiervisserij in de Waddenzee onder de naam EVA II. Vanaf het begin
was het de deelnemende wetenschappers duidelijk dat ze zich in een politiek
wespennest staken. Toen Wb in het jaar 2001 meeliep met wadbioloog dr
Mardik Leopold terwijl hij monsters nam op het wad, bereidde die zich
geestelijk al voor. ,,Je weet vooraf dat je er niets aan kunt doen", zei
hij toen. ,,Het komt als een vloedgolf over je heen."
De vloedgolf aan publiciteit komt al een beetje op gang. Landelijke
dagbladen als NRC Handelsblad en Trouw schreven al voorbeschouwingen over
de komende maatschappelijke discussie als ware het een voetbalwedstrijd.
Natuurorganisaties als de Waddenvereniging, de Vogelbescherming en de
nieuwe actiegroep Wilde Kokkels, waarin ook Wageningse studenten actief
zijn, staan in hun verlangen tot bescherming van de natuur van de Waddenzee
veelal recht tegenover de mossel- en kokkelvissers. Het meest scherp liggen
de verhoudingen bij de kokkelvisserij. De vissers hebben zich de laatste
jaren geworpen op het vormgeven van een maatschappelijk geaccepteerde,
duurzame kokkelvisserij, maar de natuurorganisaties houden vol dat
mechanische kokkelvisserij zoveel schade berokkent aan de Waddenzee dat
duurzame kokkelvisserij niet mogelijk is.

Politiek wespennest

De onderzoekers aan EVA II krijgen in dit politieke wespennest gewild of
ongewild een politieke positie toegewezen. Zo kiezen NIOZ-onderzoekers de
kant van de natuurbeschermers, in de ogen van de schelpdiervissers, omdat
enkele van hen lid zijn van de Wilde Kokkels. RIVO-onderzoekers zijn op hun
beurt pleitbezorgers voor de schelpdiersector, in de ogen van
natuurbeschermers, omdat het RIVO onderzoek doet in opdracht van de
vissers. Tegen het RIKZ en Alterra Texel wordt neutraler aangekeken, hoewel
de Alterranen toch tot de natuurliefhebbers worden gerekend.
Er worden in het wespennest ook beschuldigingen geuit: in mei dit jaar
beschuldigde Wilde Kokkels de schelpdieronderzoekers dr Aad Smaal van het
RIVO en Marnix van Stralen van MarinX Shellfish Research van het laten
uitlekken van onderzoeksresultaten. Ze hadden in opdracht van de
visserijsector onderzoek gedaan naar de 'Jan Louw-doctrine', die luidt dat
mosselbanken die gedeeltelijk bevist worden stabieler blijven. Ze
presenteerden de resultaten niet alleen aan de wetenschappers die bij EVA
zijn betrokken, maar ook aan de opdrachtgevers, de vissers. De resultaten
van dit onderzoek maken echter deel uit van EVA II en waren daarom geheim
totdat het complete onderzoeksrapport klaar is. Smaal en Van Stralen
krijgen van het ministerie van LNV een berisping omdat ze zonder
vooroverleg met het ministerie in het openbaar onderzoeksresultaten
besproken.
Wilde Kokkels stelde dat de onderzoekers bevooroordeeld waren ten gunste
van de schelpdiervisserij, omdat Van Stralen door de sector ook werd
ingehuurd als expert bij rechtszaken.

De laatste kokkel

De kwestie rond de schelpdiervisserij is simpel, maar de antwoorden niet.
De grote vraag is elk jaar weer of er voldoende vlees van kokkels en
mosselen beschikbaar is voor zowel de schelpdiervisserij als de wadvogels.
De overheid bepaalde in 1998 dat er minimaal tien miljoen kilo vlees van
kokkels en mosselen beschikbaar moet zijn voor de vogels. De conclusie uit
de onlangs openbaargemaakte tellingen van het RIVO dat het slecht gaat met
de kokkels in de Waddenzee, is daarom slechts een deel van het complexe
probleem. Er ligt nu slechts zeven miljoen kilo kokkelvlees. In het topjaar
1998 was dat 115 miljoen kilo en in 2002 nog negentien miljoen. Volgens dr
Tammo Bult van het RIVO wordt het magere kokkeljaar 2003 ruimschoots
gecompenseerd door het goede mosseljaar 2003. Maar de Waddenvereniging
wijst op de sterke teruggang van de scholeksterpopulatie, de recente
eidereendensterftes en het feit dat ook de kanoetstrandloper minder sterk
aanwezig is in het Waddengebied.
De mosselvisserij is in de ogen van natuurbeschermers namelijk lang niet zo
desastreus voor het ecosysteem van de Waddenzee als de met mechanische
zuigkorren uitgeruste kokkelvissers. De belangrijkste argumenten van de
natuurorganisaties tegen de kokkelvisserij zijn inmiddels duidelijk.
Martijn de Jong, voorzitter van Wilde Kokkels en student biologie aan de
Rijksuniversiteit Groningen noemt er drie: ,,Eén is het feit dat hiermee
voedsel voor wadvogels als de eidereenden wordt weggehaald. Twee is dat de
samenstelling van de Waddenzee wordt veranderd. Drie zijn de effecten op de
bodem: het duurt tien jaar voordat die herstelt.'' Volgens De Jong is de
kleine sector - achttien schepen, zeventig arbeidsplaatsen en 175 miljoen
euro omzet - wat betreft schaalgrootte en wat betreft technische
mogelijkheden te groot voor de Waddenzee. ,,Met GPS kunnen ze tot de
laatste kokkel vissen.''
De Waddenzee moet ondubbelzinnig tot natuurgebied verklaard worden, vinden
de natuurorganisaties. Lian Rombouts, jurist en actiecoördinator bij de
Waddenvereniging, ziet daarin nog wel een bescheiden plaats voor
kleinschalige handkokkelvisserij, maar niet voor de mechanische zuigkorren
van de grote boten. Volgens haar moet er gekozen worden voor een ruime
voedselvoorziening voor de vogels. ,,Met de niet-schelpdieretende vogels
gaat het wel goed, maar met de schelpdieretende vogels niet.'' Het ergst
zijn de langdurige effecten van de zuigkorren op de bodem: ,,Wat zij
beroeren zijn de meest rijke stukken van het wad.''

People, planet, profit

De schelpdiervissers bestrijden dat de kokkelvisserij schade berokkent aan
het wad, maar zoeken de laatste jaren wel meer toenadering tot de
natuurorganisaties. In april 2001 verenigden mossel- en kokkelvissers zich
in de stichting ODUS (Ontwikkeling Duurzame Schelpdiervisserij), waarin zij
werken aan een visie op duurzame visserij. Dat betekent zoeken naar
maatschappelijke acceptatie van de schelpdiervisserij. De vissers streven
volgens de inmiddels bekende drie-eenheid people, planet, profit naar een
maatschappelijk geaccepteerde, ecologisch verantwoorde en economisch
rendabele schelpdiervisserij. ODUS zoekt daarbij naar duurzamere
vangsttechnieken. Vissen op kwaliteit is daarbij het credo. Door zich te
richten op de betere, duurdere kokkels denken de vissers een hogere
rentabiliteit te halen met lagere vangsten. De vissers willen dit onder
meer bereiken door het kweken van kokkelbroed en door selectief te vissen
op grote, kwalitatief hoogwaardige kokkels en kokkels met lage
overlevingskansen. Innovatie van de kokkelzuigers moet ook de
bodemberoering tot een minimum beperken. Volgens de vissers sparen ze
hiermee de kleinere kokkels en instabiele systemen in de Waddenzee, en
wordt het voedselaanbod voor vogels misschien zelfs beter dan in een
situatie zonder de visserij.

Natuurbescherming en natuurbouw

De tegenstelling tussen de natuurorganisaties en de kokkelvissers is te
kenschetsen als die tussen natuurbescherming en natuurbouw. Beiden vinden
weliswaar dat de voedselvoorziening voor de wadvogels niet heeft gewerkt,
maar waar de kokkelvissers streven naar duurzame visserij met kokkelkweek
willen natuurorganisaties de natuur strenger en grootschaliger afschermen
tegen die visserij - het liefst door die visserij te verbieden. Rombouts
van de Waddenvereniging is dan ook niet onder de indruk van de plannen van
ODUS. ,,Ze hebben jarenlang de gelegenheid gehad om duurzaam te vissen.
Daarvoor hadden ze twee derde van de Waddenzee tot hun beschikking. Nu is
dat deel leeg, en een derde is nog iets wat op natuur lijkt.''
In het politieke gekrakeel rijst de vraag of het onderzoek EVA II nog wel
nut heeft in de maatschappelijke meningsvorming rond de kokkelvisserij in
de Waddenzee. De Jong van Wilde Kokkels heeft zijn bedenkingen bij het
onderzoek, en niet alleen vanwege de volgens hem bevooroordeelde positie
van het RIVO. ,,Het gaat ook om de controleerbaarheid van het onderzoek. Zo
zijn de gegevens uit de black box, waaruit je kunt aflezen waar vissers
hebben gevist, niet meer openbaar.'' Rombouts van de Waddenvereniging denkt
niet dat de uitkomsten zodanig zijn dat ze van mening hoeft te veranderen.
,,Ons standpunt zou kunnen veranderen als uit EVA II onomstotelijk blijkt
dat er geen schade wordt berokkend door de kokkelvisserij'', stelt ze, maar
uit wat ze tot nu toe vernomen heeft lijkt dat er niet op.
Ook de kokkelvissers verwachten niet veel van EVA II. Jaap Holstein,
secretaris van de producentenorganisatie Kokkelvisserij en bestuurslid van
ODUS, vindt dat het overheidsbeleid nu al tien jaar lang door de
natuurbescherming is gedicteerd en dat het tijd wordt voor de duurzame
visie van de kokkelvissers. ,,Het is een naïeve veronderstelling dat het
simpelweg verbieden van de kokkelvisserij de oplossing is.'' Volgens
Holstein wordt het aantal vogels uit de jaren tachtig nu als norm
gehanteerd voor wat we in de Waddenzee moeten bereiken, maar toen waren er
helemaal geen beperkingen aan de kokkelvisserij. Ook Holstein heeft vragen
over de onafhankelijkheid van onderzoekers. ,,Het is voor de auteurs erg
moeilijk om zaken neutraal vast te leggen'', stelt hij. Uiteindelijk is het
een politieke beslissing, stelt Holstein. ,,En de politiek weet al precies
wat ze wil.''

Wetenschappelijk dichttimmeren

En de onderzoeker? Alterraan Leopold zei het in 2001 al. ,,Je kunt het
wetenschappelijk nog zo dichttimmeren, maar als de emoties gaan meespelen,
ben je weg.'' RIVO'er Bult is even nuchter. ,,Het is niet mijn bedoeling
allerlei belangenorganisaties van mening te doen veranderen'', stelt hij.
,,Wat wij doen is het inschatten van waarschijnlijkheid. Hoe je vervolgens
omgaat met die waarschijnlijkheid is niet aan ons. Dat is aan de politiek
en de belangenorganisaties. De kunst is om je als onderzoeker daaraan te
houden en je niet te begeven in het politieke.'' |
Martin Woestenburg

Re:ageer