Wetenschap - 1 januari 1970

Natuurbeleid frustreert regio's

Het rijksbeleid voor natuur, ruimtelijke ordening en waterbeheer leidt in diverse regio tot frustratie. Dat blijkt uit onderzoek van het LEI en Alterra. Een intermediair kan helpen de kloof te dichten.

'Er is een oerwoud aan beleid en regelgeving en daar kunnen ze in de regio helemaal niet mee overweg', aldus projectleider drs. Trond Selnes van het LEI. Het rijksbeleid voor natuur is niet of nauwelijks toegesneden op de specifieke omstandigheden in de regio, en de mensen in de regio hebben de kennis niet om dat beleid in hun gebied toe te passen.
Een voorbeeld is de manier waarop het gebied De Groene Long ten noorden van Amsterdam beleidsmatig is ingedeeld. Delen van het gebied zijn gelabeld als Ecologische Hoofdstructuur (EHS), ecologische verbindingszones, vogelrichtlijngebieden, Groen om de stad, landinrichting, strategische groenprojecten, groenontwikkelingsgebieden, landbouwkerngebieden, niet-agrarische gebieden en Witte Gebieden (woningbouw en recreatie). Ongelijkwaardige kwalificaties, waarmee het in de praktijk lastig werken is, aldus de onderzoekers.
De manier waarop het rijksbeleid in de regio werd uitgezet, getuigde ook niet altijd van respect. In Gaasterland wees het ministerie van LNV in 1995 bijvoorbeeld zonder overleg landbouwgronden aan als natuurontwikkelingsgebied voor de EHS. Dat leidde tot felle protesten. Uiteindelijk werd er een nieuw systeem ontwikkeld, waarbij de boeren in het gebied zelf natuur gingen ontwikkelen, waarbij de natuurkwaliteit werd gemeten met een speciaal ontwikkelde natuurmeetlat.
Ook landelijke subsidieregelingen sluiten vaak niet aan bij de wensen uit de regio. Boeren in De Noardlike Fryske Wâlden wilden samen aan natuurbeheer doen en daarvoor gezamenlijk subsidies aanvragen, maar het Programma Beheer van het ministerie van LNV vereist dat boeren afzonderlijke subsidiepakketten aanvragen, wat de boeren veel administratie oplevert. De boerencoöperatie in het gebied wilde in het gebied ook subsidie voor poelen die met open water zijn verbonden, omdat dit volgens hen essentiële natuur is voor de regio. Maar dat paste niet in de landelijke regeling.
In alle drie de regio's die door de onderzoekers werden bekeken, ontstond een sterk gebiedsgerichte ontwikkeling mede dankzij de onvrede met het rijksbeleid, maar in de loop van de tijd werd de tegenstelling door het gebruik van intermediairs tussen rijk en regio minder hard. Selnes zou ook in de toekomst intermediairs in willen zetten tussen rijk, provincies en de regio's. 'Dat is de softe kant van het beleid, zorgen dat je professioneel met elkaar om kan gaan. Nu was er weinig aandacht voor elkaar, en voor het oplossen van problemen.' / MW

Re:ageer