Wetenschap - 1 januari 1970

Natuur is niet alleen in cijfers te vangen

Natuur is niet alleen in cijfers te vangen


Het aantal diersoorten in Nederland is 24.443, het aantal plantensoorten
10.306. Die schatting staat in het nieuwe Natuurcompendium 2003 van het
Natuurplanbureau, een boek vol cijfers over de natuur van Nederland. Er
zijn 17.455 soorten insecten, 240 soorten vogels, 624 soorten spinnen, 71
soorten zoogdieren en maar 16 soorten amfibieën en 7 soorten reptielen. Bij
de planten zijn vooral de microfungi talrijk - kwalificatie 'zeer veel' -
en er zijn wel 3500 soorten paddestoelen, terwijl er maar 20 soorten
kranswieren zijn.
Cijfers alleen betekenen natuurlijk niets. Wie kan het schelen dat er 4021
soorten kevers zijn, 4.500 soorten vliegen en muggen en 28 steenvliegen?
Waar het om gaat is dat er vijf soorten libellen leven in Nederland die
internationaal van grote betekenis zijn, terwijl voor twee soorten kevers,
vier soorten bijen en wespen en twee soorten gaasvliegen hetzelfde geldt.
Vergelijkbare cijfers zijn in het Natuurcompendium te vinden van de dieren
en de planten. Belangrijk is ook dat die internationaal belangrijke soorten
voornamelijk leven in de duinen, de hogere zandgronden en Zuid-Limburg.
Blijkbaar zijn dat landschappen die internationaal niet zoveel voorkomen.
Het Natuurcompendium was al te bekijken op www.natuurcompendium.nl en
www.milieucompendium.nl, en ik wil niet ouderwets of boekenliefhebberend
overkomen, maar ik heb toch het idee dat je in het boek makkelijker zoekt
dan op internet. Dat kan natuurlijk aan de sites zelf liggen, want die zijn
niet al te gebruiksvriendelijk qua zoekmogelijkheden. Zoek je bijvoorbeeld
naar de aalscholver, dan krijg je als eerste mogelijkheid iets met de
aanduiding 'Milieu Website, compartimentsbenadering'. Dat levert natuurlijk
vraagtekens op.
In het boek is het zoeken een bijna natuurlijke bezigheid, via de
inhoudsopgave voorin of de index met trefwoorden achterin. Jammer genoeg
denken de samenstellers van het compendium blijkbaar nogal veel vanuit de
indeling van het boek zelf, en niet vanuit de lezer. Het boek is ingedeeld
in de zes secties landschap en bodemgebruik, biodiversiteit en beschermde
soorten, natuur en milieu, ecosystemen, natuur en samenleving en
natuurbeleid, met daaronder deelhoofdstukjes over bijvoorbeeld gebruik van
natuur, landschapstypen en soortenbeleid. Vanuit de index wordt de lezer
jammer genoeg niet naar een paginanummer geleid, maar naar een van die
deelhoofdstukjes. Bij de aalscholver bijvoorbeeld moet je naar B 1.9,
terwijl het toch zoveel gemakkelijker zou zijn als er gewoon stond pagina
96.
Het Natuurcompendium is natuurlijk geen leesboek. Met een beetje bladeren
krijg je echter al snel een aardig idee hoe de natuur in Nederland er voor
staat. Dat de aalscholver sinds 1980 spectaculair in aantal is toegenomen
bijvoorbeeld, van minder dan vierduizend naar bijna twintigduizend
broedparen. Of dat de rivierkreeft nu nog maar in één beek voorkomt, de
Rozendaalse beek op de Veluwe. Nederland wordt ook soorten rijker. In
totaal zijn er 20 vissoorten, 5 soorten amfibieën en reptielen, 13
weekdieren, 19 kreeftachtigen, 8 overige ongewervelden, 19 hogere planten
en 1 mossoort bijgekomen. In de kustzone rukken bijvoorbeeld de Japanse
zakpijp, de paarse buisjesspons en de Amerikaanse zwaardschede op, in het
IJsselmeer de Kaspische slijkgarnaal en vlokreeft.
Bij het boek wordt een cd-rom geleverd met daarop de BioBase 2003, een
database met onder meer informatie over de beschermingsstatus van planten
en dieren die het Centraal Bureau voor Statistiek in eerste instantie voor
eigen gebruik ontwikkelde, maar ook de wat overbodige link naar
www.natuurcompendium.nl en een compleet overbodig pdf-bestand van het boek
Natuurcompendium. Toch denk ik dat vooral het boek bij de mensen die
natuurcijfers nodig hebben in de boekenkast zal staan. |
M.W.

Natuurcompendium 2003 - Natuur in cijfers, KNNV Uitgeverij, ISBN
906960101X, 9,95 euro.

Re:ageer