Wetenschap - 8 mei 2018

'Natuur in de buurt verdient status'

tekst:
Roelof Kleis

De kleine en vaak vergeten stukjes natuur in de buurt zouden een status moeten krijgen als gemeentelijk natuurmonument. Onder Wageningse regie werden alvast vijf van die plekken in de steigers gezet.

© Pixabay

Die regie was in handen van hoogleraar Plantenecologie en Natuurbeheer Joop Schaminée en diens collega Anton Stortelder. In overleg met het ministerie werd besloten vijf pilots te ontwikkelen, voorbeeldprojecten van hoe en op welke manier een gemeentelijk natuurmonument kan ontstaan. Verspreid over het land werden projecten ontwikkeld in Oost-Gelre, Peel en Maas, Schouwen-Duiveland, Stein en Tytsjerksteradeel.

Ommetje
Bij een gemeentelijk natuurmonument gaat het volgens Schaminée om de natuur in de buurt. ‘De plekjes waar mensen ’s avonds een ommetje doen. Natuur en landschap dat dichtbij de mensen staat, waar een hele directe band mee is. Gebiedjes van een of een paar hectare die vaak niet goed worden beheerd, soms zelfs aan het verloederen zijn en bescherming nodig hebben.’ ‘Natuur in de buurt’ is ook de titel van het boek dat Schaminée en Stortelder over dit project schreven.

Het gaat niet om een verandering van functie of bestemming. Het gaat om erkenning
Joop Schaminée

De term gemeentelijk natuurmonument verwijst naar een visie die Schaminée vier jaar geleden schreef met Pieter van Vollenhoven en (voormalig Wagenings hoogleraar) André van der Zande. In het stuk werd een lans gebroken voor een indeling van de natuur in Rijks-, Provinciale- en Gemeentelijke Natuurmonumenten. De uit de monumentenzorg overgenomen driedeling zou orde en duidelijkheid scheppen in de lappendeken aan natuur in ons land.

Door bewoners gedragen
De erkende en goed beschermde natuur (Natura-2000, Nationaal Natuur Netwerk) hoort in die indeling onder Rijks- en/of provinciale verantwoordelijkheid. Voor de gemeentelijke natuur ligt dat anders. Die moet volgens Schaminée juist door bewoners worden gedragen. ‘Het gaat niet om opgelegde natuur, maar om burgerinitiatieven, die wel in overleg met de gemeente ontstaan, maar van onderaf komen opborrelen.’

Met het predikaat gemeentelijk natuurmonument krijgt een lokaal gebied status. ‘Let wel, het gaat niet om een verandering van functie of bestemming. Het gaat om erkenning. Het geeft een zekere standing aan een gebied, je zet het daarmee op de kaart. Mensen vinden dat belangrijk, blijkt uit ons onderzoek. Ze worden er blij van, het is alsof je een lintje krijgt. En impliciet gaat het bij zo’n benoeming ook om veilig stellen, beschermen en faciliteren als er een keer iets extra’s te doen is.’

De Grift is de rode draad van het nieuwe natuurgebied in het Binnenveld. © Mooi Binnenveld.
De Grift is de rode draad van het nieuwe natuurgebied in het Binnenveld. © Mooi Binnenveld.

Geen pilot, maar wel nadrukkelijk in het boek genoemd, is het burgerinitiatief Wageningse Broek van de stichting Mooi Binnenveld. Doel van dit project is om in het Binnenveld 55 hectare landbouwgrond langs de Gelderse kant van de Grift om te vormen tot blauwgrasland. Samen met grond van Staatsbosbheer en de plaatselijke agrarische natuurvereniging ontstaat zo een natuurterrein van 280 hectare. Ook hier spelen volgens Schaminée dezelfde processen als in de pilotgebieden. Met dit verschil dat het bij blauwgrasland om zeldzame topnatuur gaat. Maar de betrokkenheid van burgers is vergelijkbaar.

Omgevingswet
Of gemeentelijke natuurmonumenten op grote schaal gaan ontstaan is nog een open vraag. ‘De gemeenten zijn nu aan zet’, zegt Schaminée. Ze kunnen ons altijd als adviseur inhuren.’ Hij verwacht daarnaast veel van de nieuwe Omgevingswet, die eind volgend jaar van kracht wordt, en gemeenten verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen. Schaminée ziet daarin een kans voor gemeentelijke natuurmonumenten.

Lees meer:


Re:ageer