Wetenschap - 1 januari 1970

Naleven bestaande regels kan verspreiding vogelpest voorkomen

Naleven bestaande regels kan verspreiding vogelpest voorkomen

Naleven bestaande regels kan verspreiding vogelpest voorkomen


‘Er zijn veranderingen nodig wil pluimveehouderij in Nederland nog toekomst
hebben’ concludeert de werkgroep Den Hartog in een rapport dat zij vandaag,
donderdag 5 juni, presenteert. Er moeten minder, maar strengere regels rond
hygiëne komen, bij de EU moet aangedrongen worden op een vaccinatiebeleid,
registratie en monitoring moeten verbeteren, en er moeten verzekeringen
komen van en voor de sector. Dat zijn de belangrijkste aanbevelingen van de
werkgroep.

De werkgroep onder leiding van prof. Leo den Hartog werd kort na de
uitbraak van vogelpest in Nederland in februari aangesteld door de raad van
bestuur van Wageningen UR om kennis en feiten over de crisis op een rijtje
te zetten. Vandaag presenteert bestuursvoorzitter prof. Aalt Dijkhuizen met
Den Hartog de resultaten in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Dijkhuizen
benadrukt vooral dat ook de consument verantwoordelijk is voor een
verandering van de pluimveehouderij. ,,Als een groter aantal consumenten
bereid is meer te betalen voor vlees en eieren, kan een dier- en
milieuvriendelijke pluimveesector zich handhaven’’.
Dat de vogelpest uitgebroken is heeft niets te maken met de intensieve vorm
van de pluimveehouderij, verzekert de werkgroep. Kippen die intensief
gehouden worden hebben niet minder weerstand dan andere dieren. Uitloop van
kippen vormt wel een groter risico, omdat kippen dan via wilde vogels met
het virus in aanraking kunnen komen. Dat risico moet afgewogen worden tegen
andere belangen, zoals een diervriendelijker manier van kippen houden. Maar
het is kiezen of delen, stelt de werkgroep. Én uitloop én afschermen van
dierziektes kan niet.
Als de ziekte eenmaal uitgebroken is wordt de snelheid van verspreiding van
de ziekte overigens wel bepaald door de dichtheid en omvang van bedrijven.
En dan vooral door het aantal zakelijke contacten dat bedrijven hebben met
mensen van buiten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de dierenarts die meerdere
stallen per dag bezoekt. Er moeten minder regels komen rondom hygiëne bij
contacten, maar die regels die nodig zijn moeten wel beter nageleefd
worden. Ook moeten de contacten van pluimveehouders met buitenstaanders
beter geregistreerd worden, zodat bij een crisis snel te achterhalen is
welke bedrijven mogelijk besmet zijn. Ook moet een earlywarning-systeem
ontwikkeld worden dat de ziekte snel kan opsporen. Door het nemen van
monsters kunnen laagpathogene vormen van het virus aangetoond worden, die
mogelijk kunnen veranderen in het dodelijke virus.
Bij de Europese Commissie moet aangedrongen worden op een bezinning op het
non-vaccinatie beleid voor klassieke vogelpest. In ieder geval moet
vaccinatie van dieren die niet voor de export van vlees of eieren gehouden
worden, zoals hobbydieren, mogelijk worden. Daarvoor moet de enting van
hobbydieren goed geregistreerd worden. Daarnaast kan een markervaccin
ontwikkeld worden, dat onderscheid tussen gevaccineerde en besmette dieren
mogelijk maakt. |
J.T.

Zie ook pagina 3: Dijkhuizen: ‘Sector moet zelf kosten vogelpest opbrengen’

Re:ageer