Wetenschap - 1 januari 1970

Nachtschade bestrijdt aardappelcystenaaltjes

Nachtschade bestrijdt aardappelcystenaaltjes

Nachtschade bestrijdt aardappelcystenaaltjes

Een afwisseling van de aardappelteelt met een teelt van raketbladige nachtschade dringt besmetting met aardappelmoeheid beter terug dan chemische grondontsmetting. Deze verwant van de aardappel lokt de aaltjes uit hun beschermende voortplantingsstructuren, de cysten, maar voorkomt dat de aaltjes zich gaan vermenigvuldigen. Dat blijkt uit onderzoek van de dr Klaas Scholte van het departement Plantenwetenschappen van de Landbouwuniversiteit


Aaltjes komen overal in Nederland voor en veroorzaken zonder bestrijding aanzienlijke opbrengstverliezen aan de aardappels. Bestrijding van de cystenaaltjes gebeurt door chemische grondontsmetting en door het telen van resistente rassen. De aaltjes doorbreken die resistentie echter keer op keer. Bovendien betekent veredeling op aardappelmoeheid dat andere belangrijke eigenschappen niet altijd meegenomen kunnen worden

Daarom ging onderzoeker Scholte op zoek naar een andere manier van bestrijden. Hij screende honderden niet knolvormende Solanaceae, waar de aardappel ook onder valt, en bekeek of ze resistent waren tegen de aaltjes en of ze de aaltjes zover kregen hun cysten te verlaten. Bij de raketbladige nachtschade schoot hij raak. In een veldexperiment kwam het tot een bestrijding van 93 tot 96 procent van de aaltjes door het lokgewas te telen na een vatbaar aardappelras. In combinatie met een resistent ras kon Scholte zelfs geen grondbesmetting meer aantonen

De zaaidatum van de nachtschade had geen effect op de resultaten. De plant behield haar lokkende werking bij zaaien in voorjaar, zomer en herfst. Dat maakt het mogelijk het gewas als nagewas te telen na een gewas dat vroeg geoogst wordt. Wel zijn minimaal negen weken groei nodig voor de beste werking. Dat betekent dat zaaien in september of oktober wellicht te laat is. Het gewas is op dit moment nog niet in de handel. L.N

Re:ageer