Wetenschap - 26 november 2015

Naar de klimaattop

tekst:
Roelof Kleis

In de periferie van de VN-klimaattop, van 30 november tot en met 11 december in Parijs, wemelt het van de bijeenkomsten en side-events. Ook Wageningen UR levert haar bijdrage aan dit marktplein van de klimaatwetenschap. Enkele tientallen wetenschappers en studenten trekken naar Parijs om hun boodschap te verkondigen.

CO2-reductie door bosbeheer

14-Gert-Jan Nabuurs.jpg

Bossen leggen CO2 vast en zijn daardoor een koolstofput. Hout speelt daarnaast een rol in de bio-energie en bio-economie. Die rol kan nog veel groter worden, zegt buitengewoon hoogleraar Europese bossen Gert-Jan Nabuurs. Hij deed een studie in opdracht van het Europese bosinstituut EFI en geeft daar in Parijs een lezing over. ‘In het rapport hebben we doorgerekend dat de Europese lidstaten in 2030 samen door beter bosbeheer 400 miljoen ton CO2 per jaar extra reductie kunnen halen. De huidige bossen leggen zo’n 10 procent van de totale Europese emissie vast, dat kan oplopen naar 20 procent in 2030 of 2040.’

Nabuurs introduceert de term Climate Smart Forestry, een slimmere manier van bosbeheer, om dat te bereiken. ‘Een voorbeeld: in Zuid-Duitsland staat nu veel bos dat gevoelig is voor insecten- en stormschade. Het veroudert en groeit daardoor steeds langzamer. Door een geleidelijke conversie naar gemengder, jonger bos met een grotere groeisnelheid leg je meer koolstof vast. Mits het geoogste hout natuurlijk wordt omgezet in nieuwe producten.’

De EU wil in 2030 40 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990. Door de inzet van slimmer bosbeheer is volgens Nabuurs 50 procent haalbaar. Hij is optimistisch over de top. ‘Het nieuwe is dat klimaatdoelen niet meer top-down worden opgelegd. Landen stellen zelf hun doelstellingen vast. Daardoor worden de onderhandelingen makkelijker. En veel landen hebben landgebruik, waaronder bosbouw, in hun doelstellingen betrokken.’


Koolstof opslaan in de bodem

Het idee is simpel: compenseer de groei van de CO2-emissie door meer koolstof op te slaan in de bodem. Niet diep weggestopt als CO2, maar als organische stof in de vruchtbare bovenlaag. Goed voor het milieu, goed voor de bodem en dus goed voor de voedselzekerheid. 4/1000 heet het initiatief van de Franse overheid dat dit beoogt. Bestuursvoorzitter Louise Fresco overlegt op de eerste dag van de top met collega’s van andere grote onderzoeksinstellingen over het voorstel. ‘We gaan een verklaring opstellen die aandacht vraagt voor de mogelijke grote bijdragen van de landbouw aan de oplossing van het klimaatprobleem’, licht zij toe.

Maar hoe verhoog je het koolstofgehalte van een bodem? Door meer organische koolstof aan te voeren bijvoorbeeld, legt Peter Kuikman van Alterra uit. En dat kan met eenvoudige agrarisch praktijken. ‘Meer productie zorgt voor meer wortels en dus meer organische koolstof. Maar ook minimale grondbewerking, beheer van gewasresten en vruchtwisseling verhogen het koolstofgehalte.’ Kuikman heeft juist een Europees project (SmartSOIL) afgerond over dit onderwerp. Hij plaatst echter ook kanttekeningen. Elke bodem is anders en niet overal is de 4/1000 haalbaar. ‘Maar de doelstelling is uitstekend. Temeer omdat een deel van de koolstof die je opslaat oorspronkelijk uit de bodem komt door afbraak van organische stof. Je stopt het dus eigenlijk terug waar het vandaan komt.’

‘Verrijking van de bodem met koolstof is een van de belangrijke oplossingen van het klimaatprobleem’, denkt Fresco. ‘Bij de uitvoering van het klimaatverdrag op nationaal niveau speelt de landbouw een grote rol. Daarom is het goed dat Wageningen erbij is in Parijs.’


Heeft adaptatie zin?

Robbert Biesbroek

Klimaatverandering is een feit, dus wen er maar aan. Of beter: pas je aan en zorg ervoor dat je als samenleving minder kwetsbaar bent voor de gevolgen. Overheden zijn daar steeds meer mee bezig, blijkt uit onderzoek van bestuurskundige Robbert Biesbroek. Samen met Canadese collega’s richtte hij de netwerkorganisatie TRAC3 op. ‘Wij proberen met nieuwe methodieken adaptatiebeleid systematisch te identificeren en volgen, om zo veranderingen op de lange termijn in kaart te brengen. Onder andere voor onderhandelingen als die in Parijs.’ TRAC3 ontwikkelde onder meer de adaptatie-initiatieven-index, een manier om de vorderingen van landen op het gebied van adaptatie in een cijfer uit te drukken. ‘Wij hebben geïnventariseerd hoeveel adaptatiemaatregelen er tussen 2010-2014 zijn gerapporteerd.’ Het artikel daarover verscheen onlangs in Nature Climate Change. Nederland is overigens middenmoter op die index.

Biesbroek is de eerste om te erkennen dat de methode nog niet feilloos is. Dat komt onder meer door de definitie van adaptatie. ‘Er bestaan veel interpretaties. Miljoenen worden erin geïnvesteerd, maar het is lastig om die investeringen te verantwoorden en te laten zien welk effect ze hebben.’ Daar gaat Parijs wat hem betreft over. ‘We willen uiteindelijk uitspraken kunnen doen over de vraag of adaptatiebeleid daadwerkelijk de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verkleint.’


Parijs duurzaam voeden

Arjen Spijkerman

In de slipstream van de klimaattop organiseert het Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions (AMS) een workshop voor studenten en young professionals in Parijs. ‘In het Atelier Neerlandais gaan zo’n dertig internationale studenten vier dagen lang nieuwe concepten bedenken op het gebied van voedsel in de stedelijke regio’, legt Arjen Spijkerman van Alterra en AMS uit. Zes studenten en een PhD’er komen uit Wageningen.

Het thema van de workshop is ‘Paris Food Futures’ en is een eerste oefening binnen het AMS-programma ‘Feeding the City’. Na een aantal lezingen over voedsel en excursies in de Parijse regio gaan de deelnemers in groepjes aan de slag. Spijkerman geeft een voorbeeld: ‘Voedsel van buiten de stad komt nu ’s nachts op één plek samen en wordt vandaar gedistribueerd. Tegelijkertijd is het online inkopen van voedsel in opkomst met allerlei nieuwe logistieke bewegingen in de stad. Bedenk bijvoorbeeld een nieuw concept om spullen van de producent naar de klant te krijgen.’ De resultaten worden verwerkt in korte filmpjes en een publicatie.

Zie ook:


Re:ageer