Student - 7 juni 2007

Na ieder punt een feestje

Bij het Groot Nederlands Studenten Kampioenschap strijden studenten twee dagen in verschillende sporten voor een medaille in hun sport. De universiteit die in totaal de meeste punten haalt mag zich een jaar lang Groot Nederlands Studenten Kampioen noemen. Maar het GNSK, dat op vrijdag 1 en zaterdag 2 juni werd gehouden in Amsterdam, is ook elkaar ontmoeten en feesten. ‘Het leuke aan het GNSK is dat het om meer gaat dan sporten alleen’, zegt een Wageningse.

De Wageningse volleybaldames op het GNSK.
Zaterdagochtend in het Universitair Sport Centrum in Amsterdam, op zoek naar de volleybalzaal, vertelt een willekeurige volleybalster: ‘Ik ben blij dat ik gisteren niet naar het feest ben geweest, want daardoor kan ik vandaag tenminste lekker spelen. We hebben net van een team gewonnen dat niet meer dan tien punten per set tegen ons heeft gemaakt. Wat een losers.’ In de zaal blijkt al snel over welk team het ging: Wageningen. ‘We hebben net tegen Utrecht gespeeld’, zegt Maaike. ‘Die gaan vroeg naar bed en worden vijfde of zesde, ook niet echt een geweldig resultaat. Als je toch zeker weet dat je niet gaat winnen, dan moet je gewoon zorgen dat je het zo leuk mogelijk hebt. Wij kunnen lekker relaxed spelen, want er is geen druk en na elk gewonnen punt vieren we een feestje.’ Maar ook Maaike had het niet bont gemaakt de avond ervoor. ‘Het feest in de Escape was niet geweldig. De drank was te duur en de muziek stond keihard. Na drie uur heb ik mijn bed opgezocht. Maar het leuke aan het GNSK is dat het om meer gaat dan sporten alleen.’ De Wageningse volleybaldames komen ook niet voor de overwinning. Het niveau van de andere teams ligt veel hoger. Captain Femke vindt dat juist leuk. ‘Van tevoren weet je dat het moeilijk wordt, want onze spelers komen uit vijf verschillende teams. Onze tegenstanders zijn wel op elkaar ingespeeld en komen soms zelfs uit in de eredivisie. Wij krijgen niet zo vaak de kans om tegen zulke goede tegenstanders te spelen. Tegen een goed team kun je ook boven jezelf uitstijgen. We hebben aardig gespeeld de afgelopen dagen.’ Tijdens de laatste wedstrijd blijkt waarom het GNSK leuk is. De sfeer is los en ontspannen. Langs de kant proberen enkele net uitgepuberde jongens de volleybaldames uit hun spel te halen. ‘Ongelooflijk wat een vrouw, die slaat dóór. Ik weet dat ze me hoort, ze weet zich geen houding te geven.’ Waarschijnlijk vraagt het meisje zich af wat ze met zoveel mannelijkheid aanmoet, maar toch balt ze onverstoorbaar verder. In die laatste wedstrijd tegen Delft weet Wageningen nog een set te winnen. De meiden zijn dolblij en denken even dat ze de wedstrijd in hun zak hebben, maar niets is minder waar. Uiteindelijk worden ze toch laatste. Lilian, captain van de Wageningse badmintonploeg, vindt ook dat het GNSK om meer gaat dan sporten alleen. Toch nemen de badmintonners het GNSK wel degelijk serieus. De ploeg gooide vrijdag hoge ogen door alle wedstrijden te winnen. ‘Maar een team kwam niet opdagen en een team had geen dames. Daardoor konden we niet van hen verliezen. We hebben ons dus niet echt hoeven bewijzen, op deze manier is het wel heel makkelijk punten scoren.’ Het team van zes spelers zijn de beste studenten van de Lobbers. ‘We komen uit drie verschillende teams, maar dat is geen belemmering. Realistisch gezien gaan we dit jaar voor een derde plaats. We kiezen er wel voor iedereen te laten spelen, ook al is iemand iets minder dan de rest. We willen wel graag winnen, maar het team is ook belangrijk.’ Helaas verliezen de badmintonners in de kleine finale met vijf tegen nul van Groningen. Na afloop zit het team er verloren bij, ze zijn zwaar teleurgesteld met hun vierde plek. Wageningen Universiteit wordt uiteindelijk achtste van de veertien deelnemende universiteiten en hogescholen, met opvallende prestaties van de damesroeiers, die eerste werden, en een derde plaats voor de volleybalmannen.

Re:ageer