Wetenschap - 30 maart 2017

'NWO, beloon lestaak onderzoekers'

tekst:
Roelof Kleis

De NWO moet de excellente onderwijsprestaties van een wetenschapper meewegen bij de beoordeling van zijn of haar onderzoekvoorstel. Dat bepleit hoogleraar Jan-Willem van Groenigen vandaag in zijn oratie.

Nu telt die onderwijstaak van wetenschappers niet mee bij de beoordeling van onderzoekvoorstellen. Volledig ten onrechte, vindt Van Groenigen. Het gevaar daarvan is volgens hem dat onderzoekers hun onderwijstaak zouden kunnen verwaarlozen. Lesgeven kan daardoor worden gezien als ‘zonde van de tijd’. Van Groenigen wijt de ondergeschikte rol van het onderwijs aan de bestaande beoordelingsmethodiek van de NWO.

Kennisbenutting
In die systematiek zit een zogeheten utilisatieparagraaf. Daarin moeten wetenschappers aantonen hoe hun onderzoek de samenleving ten goede komt. Deze kennisbenutting telt voor 20 procent mee in de beoordeling van het onderzoeksvoorstel. Maar gek genoeg, vindt van Groenigen, telt onderwijs geven niet als kennisbenutting mee. ‘Onderwijs geven is een heel belangrijk onderdeel van het werk van een wetenschapper. Het kost veel tijd, maar wordt niet meegewogen in de beoordeling van onderzoekvoorstellen.’

Het systeem ontmoedigt het lesgeven en vormt daarmee een serieuze bedreiging voor de kwaliteit van ons academische onderwijs
Jan-Willem van Groenigen

En dat is heel raar, vindt Van Groenigen. ‘Want kennisoverdracht is volgens mij een heel belangrijke vorm van kennisbenutting. Jonge wetenschappers die aan de weg willen timmeren, moet ik daardoor eigenlijk adviseren om zo min mogelijk onderwijs te geven, want dan maak je de meeste kans om geld binnen te halen en daarmee op een academische positie.’

Perverse prikkel
De nieuwe persoonlijk hoogleraar Bodembiochemie noemt de bestaande beoordelingsprocedure van instanties als de NWO zelfs een ‘perverse prikkel tegen het lesgeven’. ‘Het systeem ontmoedigt het lesgeven en vormt daarmee een serieuze bedreiging voor de kwaliteit van ons academische onderwijs.’ Van Groenigen stelt daarom dat een excellente en substantiële onderwijsprestatie gelijk zou moeten staan aan een utilisatieparagraaf. En in plaats daarvan ook voor 20 procent zou moeten meewegen bij de beoordeling van voorstellen.

‘De universiteit heeft twee kerntaken: onderwijs en onderzoek’, stelt Van Groenigen. ‘Ik vind het heel zorgelijk erg dat de kerntaak onderwijs niet meetelt in de beoordeling van wetenschappers. In onze voorstellen moeten we nu aangeven hoe ons onderzoek zo ongeveer iedereen ten goede komt behalve onze studenten. Dat moet anders. Goed onderwijs leidt tot goed onderzoek, en goed onderzoek leidt tot goed onderwijs.’


Re:ageer