Organisatie - 4 december 2008

NIEUWE KOERS VOOR OPLEIDING BODEMKUNDE

De opleiding Bodemkunde slaat een nieuwe weg in, en gaat zich meer richten op de rol van de bodemwereld in biodiversiteit, klimaat en energie, de opslag van CO2 en de ruimtelijke ordening. Dat zei prof. Peter de Ruiter, manager van het Centrum Bodem, in reactie op de Week van de Bodem die woensdag 3 december werd afgerond.

De modernisering van Bodemkunde is nodig om deze maatschappelijke thema’s aandacht te geven in het onderwijs, en ook om een levensvatbare studierichting te houden. ‘Daarmee zitten we wel met het bekende dilemma dat je aan de ene kant de diepgang van een universitaire studie wilt en aan de andere kant een brede en toegepaste studie’, zegt De Ruiter. ‘Je wilt hoogwaardige bodemspecialisten opleiden, maar je moet er wel de studenten voor hebben.’
En daar wringt de schoen. De huidige bachelor Bodem, water en atmosfeer heeft ongeveer veertig studenten. Nog geen derde daarvan gaat door voor een master bodemkunde. Daar komt volgens De Ruiter bij dat er weinig studenten instromen van andere studierichtingen of andere universiteiten. ‘We denken nu aan een brede master met een grote keuzevrijheid, die je breed en maatschappelijk kunt invullen maar ook specialistisch.’
Volgens critici zit de bodemkunde in een identiteitscrisis en is de Week van de Bodem een wanhopige schreeuw om aandacht. De Ruiter is het daar volstrekt mee oneens. ‘Je ziet juist dat de bodem zich volop heeft gepositioneerd in de maatschappelijke thema’s. De bodemwereld in Nederland is springlevend. Er is een goede bundeling van kennis, beheer en beleid en er is een sterke binding met wat er leeft in de samenleving.’
Vooral de rol van de bodem bij energiewinning of CO2-opslag kreeg veel aandacht tijdens de bodemweek. De Ruiter erkent dat sommige van deze terreinen buiten de Wageningen expertise liggen. ‘Dat gaat voor ons te diep. Dat is meer geologie.’ Wageningen moet zich volgens hem vooral richten op het wereldvoedselprobleem. ‘De honger neemt wereldwijd nog steeds toe. De erosie en de verwoestijning zijn de meest urgente problemen waar we keihard aan moeten werken. We weten nog zoveel niet, zoals het voorspellen van woestijnvorming. Dat is een typisch Wageningse uitdaging. Die kunnen eigenlijk alleen wij waarmaken.’

Re:ageer