Wetenschap - 23 april 2009

NEDERLANDSE BOER WORDT ZELDZAAM

Over tien jaar zijn er van elke drie land- en tuinbouwbedrijven in Nederland nog maar twee over. De helft van de melkveebedrijven is dan verdwenen. Het aantal koeien blijft wel ongeveer gelijk, maar de varkensstapel zal krimpen. Dat voorspellen deskundigen van het LEI.

Het LEI rekende in opdracht van LNV door hoe de agrarische sector er in 2020 voor staat. Nederland blijft een belangrijk landbouwland, is de verwachting. Maar het aandeel van land- en tuinbouw in de Nederlandse economie neemt wel steeds verder af. Op dit moment is één op de tien Nederlanders nog werkzaam in de agrosector. Dat zijn er in 2020 twintig procent minder.
Opvallend is vooral de voortdurende schaalvergroting in de landbouw. Van de huidige 75 duizend bedrijven blijven er naar verwachting minder dan 50 duizend over. Daarbij valt vooral de kaalslag onder de melkveebedrijven op. Over tien jaar is het huidige aantal gehalveerd tot minder dan 10 duizend. Ook in de intensieve veehouderij halveert het aantal bedrijven.
Boeren stoppen vooral bij een generatiewisseling, als er geen opvolger is. De trend van bedrijfsbeëindiging is al jaren aan de gang en zet nog steeds krachtig door. Elk jaar stopt zo’n drie procent van de bedrijven. De blijvers vergroten hun bedrijf, gaan in deeltijd werken of kiezen voor verbreding. Het LEI signaleert een tweedeling: kleinere bedrijven aan de ene kant, en megabedrijven die het grootste deel van de productie in handen hebben aan de andere kant.
Een gemiddeld bedrijf wordt vijftien hectare groter en komt daarmee op een omvang van tegen de veertig hectare. Tegelijk verdubbelt de productie bijna. En dat gebeurt dus met aanzienlijk minder mensen dan nu. Toverwoord bij dit alles is technologische vernieuwing. Die maakt het mogelijk dat minder mensen meer rendement halen uit een koe, varken of hectare grond. Zo wordt de melkproductie bijvoorbeeld met zestien procent opgevoerd. Het aantal koeien verandert nauwelijks. Voor de consument is dit allemaal goed nieuws. De productie van land- en tuinbouwproducten groeit naar verwachting harder dan de vraag. En dat betekent lagere prijzen.
De vraag is natuurlijk wat de voorspellingen van het LEI waard zijn. Het rekenwerk is gebaseerd op een groot aantal aannames. Zo wordt er bijvoorbeeld van uitgegaan dat Nederland mag blijven afwijken van de Europese nitraatrichtlijn. Verandert dat, dan mag er minder dierlijke mest worden gebruikt op het land. Hierdoor stijgen de mestafzetkosten en krimpt de veestapel. Vooral vee- en varkensboeren krijgen daar flink last van. Maar ook de olieprijs en strengere milieumaatregelen kunnen roet in het eten gooien.

Re:ageer