Wetenschap - 28 februari 2002

NB: Wil je een grupstal, een museum of een jaccuzi?

NB: Wil je een grupstal, een museum of een jaccuzi?

Het platteland wordt steeds meer het achterland van de stad. Boerderijen worden inclusief stallen en bijgebouwen omgebouwd tot woonhuizen voor de stedeling. Van buiten ziet het er weliswaar over het algemeen bijna authentiek uit, maar binnen is het grauwe beton en steen van de grupstallen, de potstallen, de mestgoten en de drinkbakken vervangen door hightech-keukens, parket met vloerverwarming en badkamers met jaccuzi's en designradiatoren.

In De musealisering van het platteland schetsen cultuurhistorici een beeld van de manier waarop de boerderij zich sinds de achttiende eeuw heeft ontwikkeld. Een van de ijkpunten was daarbij de museumboerderij Sigmans in het Brabantse Heeswijk. Er staat een prachtige foto in het boek van de 78-jarige Hein Sigmans die bij de opening van de museumboerderij in 1975 trots rondloopt in de potstal zoals hij die nog kende uit zijn jeugd: houten steunbalken die zo kronkelig zijn dat ze bijna lijken te leven, een vloer die golft, melkbussen, en een dak van wat lijkt op riet of takken.

Dat dit interieur door de stedelingen en de jongere plattelanders wordt vervangen door de luxere mogelijkheden van tegenwoordig is logisch. We wassen ons nu ook niet meer in een ijskoude stal met even ijskoud water. Maar daarmee wordt de manier waarop mensen in het verleden leefden onzichtbaar. Folkloristen, heemkundigen en cultuurhistorici kunnen daarvoor volgens de auteurs van Musealisering van het platteland vaak alleen maar terecht bij de oudere ongetrouwd samenwonende broers en zusters die nog grotendeels in het verleden leven. Een uitstervende soort, als we het verhaal van Sjoke Jansen uit Grazen mogen geloven. Ze staat op een foto uit 1982 die net zo goed uit 1900 had kunnen zijn: met houten klompen aan de voeten en schortdragend is ze bij de enorme schouw bezig het haardvuur aan te steken, in een verder onopgesmukte kamer. De boerderij is in 1993 volgens het boek 'kapot gerestaureerd' tot Rijksmonument. Het gebouw ziet er van buiten prachtig uit, maar het authentieke interieur is vervangen door moderne luxe.

Maar ook als het interieur behouden blijft, verandert er veel. Het huis wordt een museum met museumstukken in plaats van een boerderij met werktuigen. In de voorstal van de museumboerderij Sigmans hangen nu bijvoorbeeld zeven paardenbitten en vijf -knevels, terwijl Hein Sigmans maar ??n paard had. De handwerktuigen van Sigmans hangen netjes uitgestald aan de muur, terwijl die altijd bij elkaar op en grote hoop lagen. Het lijkt wel alsof het boerenleven dood is ge?nventariseerd en geordend.

De musealisering van het platteland is evenwel geen zeurend, negatief boek met alleen oog voor het verlies aan authentieke waarden. De auteurs schetsen in een zevental essays vooral de verandering die de boerderij doormaakt van functioneel woon- en bedrijfsgebouw tot moderne luxueuze stedelingenwoning, geordend museum of toeristisch-recreatief product. Want het platteland is en blijft de plek waar de moderne stedeling de authenticiteit verwacht die hij in zijn luxueuze, moderne leventje ontbeert. Daarom zou het ook goed zijn als cultuurhistorici zich in boeken als dit eens meer zouden richten op de levende have van de boerderij. Waar is het paard van Sigmans? Waarom geen levende dieren in een museumboerderij? De interieur- en architectuurhistorici van De musealisering van het platteland hebben daar een net zo grote blinde vlek voor als de stedeling in zijn jaccuzi.

Martin Woestenburg

Gerard Rooijakkers, Anneke van Lierop en Renate van de Weijer (red.), De musealisering van het platteland - De historie van een Brabants boerenhuis, SUN, ISBN 9058750132, 22,50 euro.

Re:ageer