Wetenschap - 28 november 2002

NB: We zwabberen in ons technologiedagboek van trots via ongemak naar machteloosheid

NB: We zwabberen in ons technologiedagboek van trots via ongemak naar machteloosheid

De eerste indruk die het boek 'In een flits' van de Amerikaanse wetenschapsjournalist James Gleick oproept, is er een van herkenning: dit heb ik ook allemaal meegemaakt. De kleine stukjes die Gleick schreef over zijn wederwaardigheden met allerlei soorten nieuwe technologie in de afgelopen tien jaar - computerprogramma's, internet, mobiele communicatie, u kent het wel - vormen als het ware een door een ghostwriter geschreven dagboek van de lezer zelf. Lezen van Gleick's boek blijkt een eigenaardige mengeling van zelfherkenning ?n zelfontkenning: dit ken ik maar dat kan ik niet gedaan hebben.

Al in het eerste hoofdstuk herkennen we de trots die nieuwe gebruikers van technologie zo kenmerkt. Gleick beschrijft hoe hij in 1992 voor het eerst Word for Windows leer kennen, hoe hij enthousiast wordt van de mogelijkheden - WYSIWYG!, negen schermen tegelijkertijd open!, macrotaal! - hoe hij uitgroeit tot een van de 'Winword-horzels' als lid van een op Compuserve geopend forum van kritische Word-gebruikers die keer op keer kleine of grotere bugs ontdekken, hoe hij ziet dat nieuwe gebruikers dezelfde bugs eveneens tevergeefs melden aan Microsoft, en hoe hij vervolgens door nieuwe gebruikers wordt neergezet in het Compuserve-forum: "Weet je, je moet eens contact opnemen met James Gleick. Die heeft vast een echte haat-liefdeverhouding met WfW, want zo gefrustreerd als hij erdoor lijkt te zijn, dat zou voor een gewoon mens dodelijk zijn".

Zo zwabberen we in ons technologiedagboek van trots via ongemak naar machteloosheid in de periode tussen 1992 en 2001. We zijn trots dat we nieuwe technologie?n meester zijn, ongemakkelijk wanneer blijkt dat die nieuwe technologie niet doet wat we willen en voelen onsmachteloos als we weten dat er maar weinig is wat we eraan kunnen veranderen.

Het ongemak van de nieuwe technologie zit niet alleen in de bugs van Microsoft-programma's - Gleick vertelt ook met smaak over de lancering van Windows 95 en de groei van Hotmail - maar ook in de manier waarop we door technologie worden benaderd en behandeld. Wie kent ondertussen niet de op ons persoonlijk afgestemde internetsites, waarvan de bekendste voorloper Amazon.com was, die ons begroeten met 'Hello, James Gleick', om ons vervolgens te vertellen welke boeken we lezen en welke muziek we beluisteren. Willen we dat wel, vraagt Gleick zich af, vinden we dat nuttig? Want niet alleen blijkt de inschatting van onze literaire en muzikale smaak vaak ongegrond en foutief, wie zegt dat die inschatting niet over het hele internet wordt verspreid? "Wil ik nu echt dat het hele web weet dat ik het type ben dat van de Beastie Boys, Frank Sinatra en Harvey Danger houdt. Dat wist ik zelf niet eens."

Gleick is overigens nergens negatief over de nieuwe technologie?n, noch is hij moralistisch. De stukjes die hij schrijft zijn heldere en leuke constateringen. Tezamen vormen ze echter een nuchtere cultuurkritiek die soms de ogen opent, maar vooral herkenbaar is. De manier waarop de helpdesk Microsoft in 1997 Gleick duidelijk maakt dat zij het woord 'bug' niet gebruikten - 'vanwege de complexe aard van het woord' - moet gebruikers van Chello of andersoortige, zichzelf als klantvriendelijk bestempelende technologiebedrijven bekend in de oren klinken. Maar wat ze er vervolgens mee moeten, daarover vertelt Gleick niets nieuws. | M.W.

James Gleick, In een flits - De invloed van de technologie op ons dagelijks doen en denken, Anthos, ISBN 9041406727, 21,90 euro.

Re:ageer