Wetenschap - 27 juni 2002

NB: Uitstekende natuurgids voor Nederland ondanks de muizenkaakjestabel en het fameuze hybienet

NB: Uitstekende natuurgids voor Nederland ondanks de muizenkaakjestabel en het fameuze hybienet

"Mensen willen graag alles in hokjes stoppen", schrijven de auteurs van Zelf de natuur in bij hun inleiding tot het systeem van Linnaeus, waarmee planten en dieren worden geclassificeerd. En eigenlijk is het boek een poging om de natuur van Nederland overzichtelijk in hokjes te stoppen. Uitgebreid en enthousiasmerend staan de auteurs van het boek stil bij de planten en dieren van Nederland, bij de manier waarop de natuur wetenschappelijk wordt onderzocht, en de wijze waarop de natuur in Nederland gevormd en bedreigd wordt.

Zelf de natuur in is geschreven door leden van de NJN, de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, en dat is te merken aan de bijna joviale toon, maar ook aan de zeer begrijpelijke uitleg. De NJN'ers sluiten aan bij de toenemende aandacht voor natuur in Nederland, en willen met dit boek een inleiding bieden voor studie en genot van die natuur. Dat de aandacht voor natuur groot is, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat de eerste druk van de Veldgids mossen binnen vier jaar is uitverkocht. Er lopen nu 2500 mensen rond met deze zeer specialistische gids.

Zelf de natuur in is minder specialistisch. Leken krijgen vriendelijk uitgelegd dat de knotwilg en de treurwilg geen wilgensoorten zijn, maar dat ze hun naam ergens anders aan te danken hebben. Knotwilgen zijn op een speciale manier gesnoeide schiet- of kraakwilgen. En een treurwilg is eigenlijk een groepje wilgensoorten met neerhangende, dunne takken.

Elk hoofdstuk begint met een heel simpele, bijna te algemene vraag: wat zijn planten? wat zijn dieren? wat zijn grassen? wat zijn schaaldieren? enzovoorts. Het bijzondere is dat op die zeer algemene vragen nog zinnige antwoorden worden gegeven ook. Zo kun je de vijftienhonderd plantensoorten die in Nederland groeien onderverdelen in hogere en lagere planten, in rangorde naar de geavanceerdheid van hun voortplanting.

De degelijk gepresenteerde en prettig geschreven inleiding tot de veldbiologie is vermengd met praktische feitjes en weetjes. Hoe je van bramen jam kan maken bijvoorbeeld. Of dat pissebedden zo worden genoemd omdat ze als ze in groten getale samenscholen ammonia uitscheiden. Of dat in sommige delen van Nederland op een gebied zo groot als een voetbalveld zo'n vijftien kilo mieren kan leven.

Maar het blijft wel een soort studieboek voor jonge onderzoekers. De georganiseerde achtergrond van de NJN'ers komt het duidelijkst naar voren bij de determinatietabellen in het boek. Zo staan in het boek 'zoekkaarten' voor rond- en platvissen, waarop aan de hand van de vorm kan worden bepaald of een zeevis een sprot of een bot is. Je moet dan wel eerst weten van de eerste en tweede rugvin, de staartvin, de anaalvin, de buiklijn, de buikvin en de borstvin.

Een beetje veel is het soms. De wel heel uitgebreide 'muizenkaakjestabel' aan het eind van het boek zal voor de algemeen ge?nteresseerde leek te veel van het goede zijn. In drie pagina's kan de jonge onderzoeker van een boven- of onderkaak aflezen of het gestorven diertje een woelrat, een huisspitsmuis of een veldmuis was. En de uitgebreide gebruiksaanwijzing voor 'het fameuze hybienet' om waterdiertjes mee te vangen zal ook de meeste lekennatuurliefhebbers wat overdreven voorkomen.

Maar ja, je weet wat je koopt: een natuurgids voor de jonge onderzoeker. En kijk je daar doorheen, dan heb je een uitstekende natuurgids voor Nederland.

Martin Woestenburg

Zelf de natuur in - Basisboek voor veldbiologie in Nederland, KNNV Uitgeverij, ISBN 9050111564, 19,95 euro.

Re:ageer