Wetenschap - 7 februari 2002

NB: Texelaars kunnen wel degelijk iets leren van Costaricanen

NB: Texelaars kunnen wel degelijk iets leren van Costaricanen

Een 'overkanter' is in Texel net zo iets als een 'gringo' in het Costaricaanse Manuel Antonio. Het zijn buitenstaanders die enerzijds maken dat de inheemse bevolking zich unheimisch voelt, maar waar ze anderzijds een groot deel van haar levensonderhoud aan te danken heeft. Dat gevoel is ??n voorbeeld van de verwoestende gevolgen die toerisme kan hebben op de lokale gemeenschap. Dat toerisme zijn weerslag heeft op het landschap bewijzen niet alleen de toeristenoorden van minder allooi, zoals het Hollandse Scheveningen met de oerlelijke promenade en de vervallen pier, het eiland Mallorca met de Schnitzelstra_sen en Bierterrassen voor de Duitsers en het Kretenzer dorpje Chersonissos met het rood-wit-blauwe danscaf? 't Hof van Holland, maar ook de ge?mporteerde palmen die wuiven en Saint-Tropez.

Daar is weerzin tegen, en terecht. Vandaar dat het 'duurzaam toerisme' of 'ecotoerisme' in opkomst is, in Costa Rica bijvoorbeeld. Het stranddorp Manuel Antonio is een toeristenoord bij de stad Quepos aan de westkust van Costa Rica, dat zich met moeite aan het afficheren is als een gebied dat niet alleen aantrekkelijk is dankzij zon, zee en strand, maar ook dankzij natuur van het kaliber van de foto's in de National Geographic. Wageningse recreatieonderzoekers vergeleken samen met Buiten Consultancy, Ecooperation en onderzoekers van de universiteit in het Costaricaanse San Jos? de manier waarop duurzaam toerisme zich daar ontwikkelt en op het waddeneiland Texel.

Er zijn natuurlijk grote verschillen tussen het rijke Texel en het armere Manuel Antonio. In Texel begon het toerisme voor 1900, in Manuel Antonio pas na 1980. De Costaricanen werden dus ook veel meer overlopen door het toerisme. De meeste toeristische bedrijven zijn er in handen van de gringo's, terwijl de Texelaars zelfs de veerdienst Teso sinds 1907 in eigen handen hebben. Dat verklaart waarom de invloed van het toerisme op Manuel Antonio groter is dan op Texel, ook al ontvangt Texel 62 toeristen op elke inwoner en Manuel Antonio achttien.

Duurzaamheid brengt beperkingen met zich mee, en dat lukt in Nederland nog het best. Niet voor niets is Nederland regelland. Op Texel is de natuur bij wet beschermd, het aantal overkanters dat er een huis kan kopen of huren is beperkt, er is een 'slaapplaatsenplafond' voor het hoogseizoen. Costa Rica heeft net als Nederland wel een milieukenmerk voor toeristische bedrijven, maar een essentieel iets als de bescherming van het toeristisch aantrekkelijke Parque Nacional Manuel Antonio komt dankzij de oprukkende toeristenindustrie en geld eisende lokale landeigenaren steeds meer onder druk te staan.

Van bovenaf is in Nederland dus meer geregeld, maar van onderaf lijkt er in Manuel Antonio meer initiatief te zijn. Zo werken de lokale toeristenondernemers samen in de co?peratie Coopesilencio. Die samenwerking doen de Nederlandse onderzoekers naar mijn mening wel erg snel af als een 'idee dat niet echt (meer) leeft in Nederland', want volgens mij zitten juist in de samenwerking van onderaf de potenties tot duurzaamheid. Zo zijn er op Texel bijvoorbeeld steeds meer regionale producten te krijgen, zoals lamsvlees, wol, honing en kaas. Voor een succesvolle exploitatie van die producten lijkt samenwerking mij onontbeerlijk, al is het maar om het imago van Texel als groen en gezond eiland te promoten. Daarnaast is zo'n co?peratie natuurlijk een heel goed verbroederingsplatform tegen de overkanters en de gringo's.

Martin Woestenburg

Ren? van der Duim e.a., Developing Sustainable Tourism - The Case of Manuel Antonio and Texel, te verkrijgen bij de leerstoelgroep Sociaal-ruimtelijke analyse, e-mail rene.vanderduim@users.rpv.wau.nl.

Re:ageer