Wetenschap - 25 april 2002

NB: Raadselachtige conclusies over het fenomeen Leonardo da Vinci

NB: Raadselachtige conclusies over het fenomeen Leonardo da Vinci

Op drie kilometer van het dorpje Vinci in Toscane staat een huisje met daarnaast een rekje met kaarten. Toeristen bezoeken het omdat dit het geboortehuis zou zijn van Leonardo da Vinci, kunstenaar, wetenschapper en toekomstkijker, maar ze worden gefopt. Ook Sherwin Nuland, klinisch hoogleraar in de chirurgie en auteur van de nieuwe biografie van Leonardo, kwam er pas na jaren achter dat men helemaal niet weet waar het genie precies is geboren.

Dat toeristen gefascineerd op zoek gaan naar het geboortehuis van Leonardo, vindt Nuland niet vreemd, want de alleskunner is een fenomeen. "In bepaalde opzichten is hij ongrijpbaar," schrijft hij, "in andere opzichten staat hij ons zo na dat zijn stem ons makkelijk bereikt." Dat blijkt wel als je het kleine museum in Vinci bezoekt.

Leonardo was zijn tijd ver vooruit. 's Werelds eerste kunsthistoricus, collegaschilder en tijdgenoot Vasari, zag hem vooral als kunstenaar met wetenschappelijke inslag. "Werkelijk bewonderenswaardig en met goddelijke talenten begiftigd", schreef Vasari in 1568. "Hij had een wetenschapper kunnen zijn als hij niet zo veelzijdig was geweest. Door zijn rusteloos karakter pakte hij echter veel dingen op en liet ze daarna vallen."

Volgens Nuland blijkt uit het onderzoek naar manuscripten - waarvan er telkens weer nieuwe opduiken - dat Leonardo in de eerste plaats een zeer veelzijdige wetenschapper was. Wat moet je denken van de fiets, de helikopter, het vliegtuig, de onderzee?r en alle andere technische uitvindingen waarvan in het kleine museum in Vinci reproducties staan uitgestald? Wat te denken van de ingenieuze bouwkranen die hij ontwierp om balken, stenen en marmer bovenin gebouwen te krijgen? Wat te denken van de fortificaties en waterwerken die hij ontwierp voor de militaire verdediging van de continu in oorlog verkerende stadstaatjes van het Renaissance-Itali??

Het is niet gek dat Nuland, als chirurg, vooral is gefascineerd door de anatomische studies van Leonardo. Hij maakte tekeningen die volgens medisch historicus Charles Singer laten zien dat hij 'een van de grootste biologische onderzoekers aller tijden' was. Ook deed Leonardo volgens Nuland twee ontdekkingen die pas in de twintigste eeuw zouden worden ontrafeld. Hij vermoedde dat de bloedvaten vernauwen doordat ze te veel voedsel aan het bloed onttrekken, en daarmee verwees hij naar cholesterol en het hele scala ziekten dat daarmee verbonden was. Bovendien trok hij dezelfde conclusie over het mechanisme van de aortaklep als de onderzoekers die dat vierhonderd jaar daarna met r?ntgentechnieken onderzochten.

Leonardo was een zeer gedisciplineerd man, schrijft Nuland, die in de seksuele beheersing van de alleskunner een verklaring ziet voor zijn genie. Hij haalt de oude, door Sigmund Freud ingezette discussie weer op dat Leonardo waarschijnlijk homoseksueel was, maar meer dan oude vermoedens opnieuw in het daglicht zetten, doet hij niet. Opnieuw wordt het geheimzinnige portret van de Mona Lisa als bewijsstuk uit de kast gehaald, dat moet verwijzen naar het door Leonardo ge?dealiseerde moederschap, maar volgens Nuland ligt het simpeler. "De kunstenaar is zelf onderwerp van zijn kunst", schrijft hij. Dat staat in de Freudiaanse psychoanalyse gelijk aan narcisme, de zelfliefde die in die redenatie weer leidt tot homoseksualiteit.

"Het raadsel van de glimlach van de Mona Lisa is niet kleiner dan het raadsel van de levenskracht van zijn schepper", schrijft Nuland raadselachtig als een soort conclusie. Zijn biografie van het fenomeen Leonardo da Vinci leest prettig en is vooral zeer informatief als het gaat om de verworvenheden van de alleskunner voor de geneeskunde. Maar een meer intellectuele insteek voor de drijfveren van het genie was niet weg geweest.

Martin Woestenburg

Sherwin B. Nuland, Leonardo da Vinci, Balans, ISBN 9050185789, 15,90 euro.

Re:ageer