Wetenschap - 19 september 2002

NB: Over het vormgeven van het onderbuikgevoel

NB: Over het vormgeven van het onderbuikgevoel

De Nederlander wordt romantisch, lezen we in De uniformering voorbij van Koos Neuvel. De ratio van de Verlichting die na de oorlog werd ingezet in de landinrichting, de landbouw, de woningbouw en de natuurbescherming, waarbij alles in redelijke termen van rechttoe-rechtaan werd georganiseerd, heeft plaats gemaakt voor een nog onbestemd onderbuikgevoel, voor de po?zie van de romantiek. Neuvel interviewde veertien filosofen, architecten, schrijvers en wetenschappers om een beeld te krijgen van dat gevoel.

Want wat is nu eigenlijk romantiek? De bioloog en historicus Hennie van der Windt is er duidelijk over: romantiek is esthetiek. "Wanneer we het hebben over cultuurlandschappen kan iedereen zich daar een voorstelling van maken: we hebben het over boerderijen, molens en kronkelende beekjes." Maar architectuurhistorica Gerrie Andela, die enkele jaren geleden promoveerde op de Nederlands ruilverkaveling, ziet juist een grote waardering voor het zo verguisde - want rechttoe-rechtaan - ruilverkavelingenlandschap. "Drenthe is zo geliefd bij iedereen! We fietsen erdoorheen en veronderstellen dat het eeuwenoud is, maar in werkelijkheid fietsen we door een nieuw ruilverkavelingenlandschap waarin oudere stukken bewaard zijn gebleven."

Er zijn meer tegenstellingen die in het boek een gemeenzaam doel krijgen. Architectuurhistoricus Vincent van Rossem, bekend criticus van modernistische architectuur, en architect Carel Weeber, erkend modernist, vinden elkaar in de wens van de woonconsument. Weeber pleit er al jaren voor - onder de noemer van het Wilde Wonen - dat de Nederlander zijn verlangens naar een vrijstaand huis met tuin moet kunnen uitvoeren, want slechts acht procent van het Nederlandse grondgebied is nu bewoond. Van Rossem vindt dat de hedendaagse mobiliteit oproept tot een verlangen naar romantisch wonen. "We werken ons te pletter om 's avonds thuis in een aangename omgeving niets van mobiliteit te hoeven ervaren."

Wat er uit de interviews naar voren komt is evenzeer dubbelzinnig. Enerzijds sijpelt een ongenoegen door over het consumentisme, de hang naar sprookjesachtige architectuur van Anton Pieck, de nivellering van de romantiek. Anderzijds is er het optimisme over de toenemende aandacht voor de cultuurhistorie van stad en land. "Het landschap is van bijzaak gepromoveerd tot hoofdzaak", stelt Andela. "Landschappen zijn er met de vooruitgang niet fraaier op geworden", aldus Van Rossem. "En dat terwijl we ons juist in toenemende mate willen ontspannen in aantrekkelijke, cultuurhistorische landschappen. Wat dat betreft heeft het verleden een mooie toekomst."

Mooie woorden, terechte woorden, maar het maakt het onbestemde onderbuikgevoel er niet veel helderder op. Het is individueel, zo blijkt, en, zoals dichter Willem van Toorn terecht opmerkt, het is vooral stads. Er is geen plaats voor de cultuur van het platteland, vindt hij. "In de jaren zestig hebben we afscheid genomen van het burgerlijke Nederland, het Nederland dat nog het Staphorst van Europa was. Maar we zijn daarbij doorgeslagen naar de andere kant."

De oproep van de omgevingspsycholoog Freek Coeterier van Alterra >Alles wat bijdraagt aan de complexiteit en differentiatie van een landschap is een verrijking= klinkt daarom wel passend, maar ook als een bedreiging. Want individuele keuzes waarborgen geen mooi landschap. Iemand die is opgegroeid in een doorzonwoning vindt een doorzonwijk prachtig, aldus archeoloog Jan Kolen. "De verbondenheid met de geschiedenis gaat niet diep", stelt vrijetijdssocioloog Hans Mommaas dan ook terecht. Er is een breder perspectief nodig om de variatie waar het collectieve onderbuikgevoel toe oproept daadwerkelijk vorm te geven. Het landschap is geen grootschalige, rechttoe-rechtaan ruilverkaveling, maar ook geen optelsom van individuele, sprookjesachtige wenstuinen. | M.W.

Koos Neuvel, De uniformering voorbij - Een nieuwe romantiek van stad en land, Meinema, ISBN 9021138824, 17 euro.

Re:ageer