Wetenschap - 29 november 2001

NB: Opgegraven druivenpit, boomstamkano, Trijntje, muizenvallen, wolharige neushoorn en voetspoor

NB: Opgegraven druivenpit, boomstamkano, Trijntje, muizenvallen, wolharige neushoorn en voetspoor

BOEK | Archeologen wrijven zich in de handen. Dankzij het Verdrag van Malta moeten ze nu bij elke bouwput in Nederland kijken of er archeologie in de bodem zit. Als volgend jaar de Nederlandse Monumentenwet herzien wordt, zal de wat stoffige discipline van de archeologie ineens een vast onderdeel vormen van welk bouwplan dan ook.

Bij de aanleg van de Betuwelijn is vooruit gelopen op de nieuwe regels. Archeologen maakten vanaf het begin deel uit van de projectorganisatie van wat de NS in weerwil van de volksmond Betuweroute blijft noemen. Dat leverde opmerkelijke vondsten op die nu via een reizende expositie en het boek Opgespoord verleden aan de Nederlanders worden getoond. De expositie is te zien in Geldermalsen (van 30-11 t/m 6-12), Buren, (7 t/m 13-12), Kesteren (14 t/m 20-12) en Nijmegen (2 t/m 16-1-2002).

Veel van de vondsten langs de Betuwelijn zijn reeds uitgebreid in het nieuws geweest. Van de 21 opgravingen waren die rond Hardinxveld-Giessendam het meest opmerkelijk. Daar ontdekte men de op een na oudste boomstamkano ter wereld en het oudste menselijke graf van de ongeveer vijftigjarige vrouw die liefdevol Trijntje werd gedoopt. Maar ook vond men bij Buren aardewerken potten in greppels die in de middeleeuwen dienden als muizenvallen, bij Kesteren een houten laddertje uit de Romeinse tijd, en een voetspoor van een bewoner van 3300 jaar geleden bij Geldermalsen.

Veel van de vondsten werpen een nieuw licht op de geschiedenis van Nederland. Zo werd altijd gedacht dat de Romeinen de druif uit Itali? exporteerden naar noordelijker streken. De vondst bij Geldermalsen van een druivenpit uit de ijzertijd - de oudste druif van Nederland - doet vermoeden dat de druif reeds eerder uit het zuiden is ge?mporteerd.

Opgespoord verleden is niet simpelweg een catalogus van archeologische vondsten. De auteurs schetsen aan de hand van de vondsten een breed beeld van de geschiedenis van het rivierengebied waardoor de Betuwelijn loopt, van de steentijd tot en met de Middeleeuwen, van de brede geschiedenis van het landschap tot de gedetailleerde verhalen over het bronzen rapier uit een grafheuvel uit de bronstijd.

Duidelijk wordt uit Opgespoord verleden dat archeologie een vaste plek heeft gevonden binnen bouwactiviteiten, onder meer omdat bouwers dankzij dat archeologische onderzoek hun project positief in de media krijgen. "Soms hadden we dat gewoon nodig. Positief nieuws...", schrijft directeur realisatie Betuweroute Buck dan ook in het voorwoord. Nieuwe allianties worden gesmeed.

Arnold Carmiggelt (red.), Opgespoord verleden - Archeologie in de Betuweroute, ISBN, 9068252771, 49,90 gulden.

INTERNET | Op internet is de archeologische informatie verwarrend genoeg slecht te vinden. Op de site van de Betuwelijn (www.betuweroute.nl) zijn onder het kopje 'Langs de lijn' veel van de archeologische vondsten te vinden, onder meer een wolharige neushoorn. Maar de echt archeologische informatie moet je zelf zien te vinden bij de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (www.archis.nl/html/betuweroute).

Bij de Stichting Nederlandse Archeologie veel actuele informatie over de stand van zaken met betrekking tot het Verdrag van Malta (www.sna.nl/malta) en de Nederlandse wetgeving. Zie daarvoor ook de site van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, die naast algemene pagina's over archeologie (www.minocw.nl/archeologie) ook informatie over Malta bevat (www.minocw.nl/malta). | M.W.

Re:ageer