Wetenschap - 22 februari 2001

NB: Niets is zo rechtlijnig als de mens

NB: Niets is zo rechtlijnig als de mens

BOEK | Geschiedenis is actueel. Dat is de portee van het jubileumboek dat het Nederlands Agronomisch Historisch Instituut (NAHI) onlangs uitgaf. In het NAHI werken Groningse en Wageningse wetenschappers samen aan documentatie en onderzoek op het gebied van de agrarische geschiedenis. Uit het boek De actualiteit van de agrarische geschiedenis blijkt dat je tegenwoordig eigenlijk moet spreken van plattelandsgeschiedenis, want de landbouw wordt gezien vanuit het bredere perspectief van het gebied waarin de boeren boeren.

Directeur prof. dr. Pim Kooij, tevens hoogleraar agrarische geschiedenis aan Wageningen Universiteit, noemt in zijn inleiding drie redenen voor de actualiteit van geschiedenis, namelijk het opmaken van een balans, het geven van een historische context en het trekken van lange ontwikkelingslijnen. Die lijnen lopen eeuwenlang door. Het blijkt dat niets zo rechtlijnig is als de mens. Zo is de verrommeling van stadsranden met lelijke bedrijvengebouwen en aanverwante nijverheid, waar tegenwoordig zoveel kritiek op is, van alle eeuwen.

De actualiteit van de agrarische geschiedenis borduurt voort op het werk van Kooijs voorganger prof. dr. Ad van der Woude. Die schreef in 1989 al een prognose van de Europese agrarische ontwikkelingen op basis van geschiedkundige inzichten. Diezelfde historische bril past de auteurs van De actualiteit van de agrarische geschiedenis. | M.W.

Pim Kooij, Jan Bieleman, Rolf van der Woude, Erwin Karel en Michiel Gerding, De actualiteit van de agrarische geschiedenis, NAHI, Historia Agriculturae 30, 30 gulden.

BOEK | Er is niets veranderd. Ook in de jaren vijftig zat de landbouw in het defensief. De landbouweconoom A. Maris schreef aan het eind van dat decennium: "De stad is overheersend geworden en geeft op vele gebieden de toon aan. Niet alleen staat de productiewijze op het platteland onder invloed van de ijzeren wetten van efficiency en productiviteitsverhoging, maar ook de consumptiegewoonten en de vrijetijdsbesteding op het platteland worden in sterke mate door de stad be?nvloed."

Gerrie Andela haalt het citaat aan in het boek Kneedbaar landschap, kneedbaar volk, omdat het aangeeft welke idee?n ten grondslag lagen aan de ruilverkavelingen. Want niet alleen het land werd opnieuw ingedeeld, ook in de hoofden van de bewoners werd het een en ander veranderd. Het denkraam werd gezet op economische en sociale ontwikkeling.

Een beschavingsoffensief noemt Andela het. Zo kreeg de vernieuwing van het boerenhuishouden veel steun vanuit de afdeling Landbouwhuishoudkunde van de Wageningse Hogeschool. Het fornuis in de stal werd vervangen door een heuse keuken. In Friese en Brabantse voorbeelddorpen kregen huisvrouwen cursussen huishoudkunde en een leergang onderhoud van boomgaard en moestuin, maar ook was er aandacht voor zaken als beroepskeuze.

Dat zowel land als volk kneedbaar zijn, blijkt uit het succes van de ruilverkaveling. Het platteland moderniseerde zich zo voorspoedig dat zich in de jaren zeventig een stijgende onvrede ontwikkelde over het gebrek aan aandacht voor natuur, ecologie en cultuurhistorie. Dit nieuwe denkraam landde in 1983 in beleidskringen met het Structuurschema Landinrichting. Natuur was vanaf dat moment niet meer weg te denken uit het platteland. De landbouw zat wederom in het defensief. | M.W.

Gerrie Andela, Kneedbaar landschap, kneedbaar volk - De hero?sche jaren van de ruilverkaveling in Nederland, Thot, ISBN 9068682628, 59,50 gulden.

Re:ageer