Wetenschap - 12 september 2002

NB: Nederland verpret

NB: Nederland verpret

Pret is de nieuwe religie. De oude kerken zijn vervangen. "De woonboulevard, het stadion, de skihelling: dit zijn de nieuwe plaatsen van samenkomst, de pret is het bindmiddel", schrijft NRC-journaliste Tracy Metz in haar nieuwe boek Pret!. Waren in het oude Nederlandse landschap de kerken de bakens in het landschap, nu zijn het de plezierfabrieken die steeds meer in het oog springen. Files bij Biddinghuizen of Kaatsheuvel beloven een goede dag voor Six Flags of de Efteling, de overal aanwezige M van McDonald's belooft kinderen overal een Happy Meal, en pittoreske bungalowtjes beloven in opgedirkte parken een prettig, recreatief leven.

Het overzicht dat Metz van de pret in Nederland geeft, is niet vrolijkmakend. Pret is overal. Langs de snelwegen staan megabioscopen en kartbanen; in de boomtoppen heeft Staatsbosbeheer het Boomkruinpad aangelegd; boeren zijn verkopers van plattelandsleven; de Amsterdamse binnenstad is vooral een toeristenattractie; weilanden en natuurgebieden zijn plekken voor house party's.

Net als met haar boek over natuurontwikkeling - Nieuwe natuur - brengt Metz met Pret! een nieuwe ruimtelijke trend onder woorden. De fotografen Janine Schrijver en Otto Snoek illustreren de woorden treffend. Neem bijvoorbeeld de klimhal die bij Amsterdam CS tussen de rails ligt geklemd, vuil en onooglijk van buiten, maar de pret zit binnenin. Of de kooplustige vrouwen die tijdens de Drie Dwaze Dagen van de Bijenkorf met lustige ogen tussen de schoenen staan te graaien, de verstilde rust van witte, met rietdaken bedekte recreatiebungalows, feestgangers op Lowlands, Dance Valley of de meezingbioscoop.

Nederland verpret, zei cultuursocioloog Koen Breedveld van het Sociaal en Cultureel Planbureau onlangs geheel in lijn met de door Metz gesignaleerde trend. Schrijver Joost Zwagerman schreef onlangs in Vrij Nederland dat de mensen steeds meer gericht zijn op exaltatie in plaats van het o zo Nederlandse 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Voetballers juichen niet alleen meer, ze maken een driedubbele rietberger met flip. Voor de Nederlander is pret inmiddels heel gewoon. "De vrije tijd is gedemocratiseerd en de pret - dat zijn we allemaal", concludeert Metz terecht.

Dat is niet zonder gevolgen. Pret legt in de toch al krappe Nederlandse ruimte zowel een visuele, een culturele als een ruimtelijke claim. Achter de Noord-Hollandse duinen verdringen vakantiedorpen en golfbanen de bloembollentelers, beschrijft Metz. Pret verdringt de productie niet, concludeert ze, pret is de productie. En het brengt een marketingbombardement met zich mee dat veel zich onderscheidend Nederlands landschap tot eenheidsworst maakt. Zowel de natuur, de cultuurhistorie als het boerenland wordt op dezelfde manier aan de man gebracht; alles is even uniek.

De overheid weet zich geen raad met deze uitdijende pretcultuur, stelt Metz. Er is geen instantie die zegt dat twee skihellingen op tien kilometer van elkaar onzin zijn, aldus Metz, de markt regeert. "Maar wat doen we straks met de pretkarkassen die over het landschap uitgestrooid liggen?"

Metz heeft met Pret! een mooi boek geschreven over de religie van deze tijd, maar nu ligt de bal bij de overheid. Die moet trendgevoeliger worden, lijkt ze te zeggen. "Wil de overheid niet ?lles aan de markt overlaten", schrijft ze, "dan zal ze zich ertoe moeten verhouden." Anders staan er straks overal ru?nes van pret. | M.W.

Tracy Metz, Pret! - Leisure en landschap, NAi Uitgevers, ISBN 9056622455, 30 euro.

Re:ageer