Wetenschap - 11 januari 2001

NB: Landbouw is definitief business

NB: Landbouw is definitief business

BOEK | Dat pijn een van de minst begrepen aspecten van het menselijk leven is, blijkt uit de huidige hype om bij computergebruikers bij het minste of geringste pijntje aan de onderarm, elleboog of pols te denken aan RSI. De pijntjes die vroeger werden weggeredeneerd als dingen die komen doordat je 's nachts slecht hebt gelegen, zijn nu de voorboden van een in vele gevallen ongeneeslijke, maar vooral onbegrijpelijke ziekte.

Dat pijn in veel gevallen onbegrepen blijft, blijkt uit het boek van neurochirurg en pijnbestrijder Frank T. Vertosick met de korte maar duidelijke titel Pijn. Het boek is een showcase van pijnsoorten, van barende moeders en migrainelijders tot overtuigende simulanten. Veel chronische pijnlijders ook, die zich vertwijfeld afvragen waarom ze in godsnaam pijn lijden.

Pijn kan betekenis hebben, vertelt Vertosick, en pijn kan overwonnen worden als de beloning aantrekkelijk is. Zoals op het moment dat bergbeklimmer Edmund Hillary en zijn sherpa Tensing Norgay, vlak voor de definitieve aanval op de top van de Mount Everest, snakkend van adem de ochtend afwachten. Daarom is het ook van belang om heel goed te luisteren naar alle kleine pijntjes voor je een oordeel velt. | M.W.

Frank T. Vertosick, Pijn - De wetenschap van het lijden, Contact, ISBN 9025496954, 59,90 gulden.

BOEK | Pas als je naar oude films over landbouw in Nederland kijkt, valt het op hoe effici?nt, maar ook hoe saai het huidige boerenbedrijf is. Voor de Tweede Wereldoorlog kon je de seizoenen aflezen aan de activiteiten op het land, omdat er vele mensen nodig waren voor het hooien, zaaien, poten, ploegen en wieden. Nu is een trekker voldoende.

Landbouw werd in de twintigste eeuw definitief een business, de agribusiness, schrijft de Wageningse historicus Jan Bieleman in het derde deel van de serie Techniek in Nederland in de twintigste eeuw, over landbouw en voeding. In die agribusiness zijn landbouw en voeding steviger met elkaar verknoopt dan ooit. De ontwikkelingen die melk binnen de voedingsindustrie van veevoer tot veelgedronken 'witte motor' maakten, gingen in de landbouw gepaard met intensiveringen die hun weerga niet hadden. In de jaren tachtig haalden Nederlandse boeren drie keer zoveel productie uit hun grond dan andere Europese boeren.

Bedrijfsefficiency lijkt dus de rode draad door de geschiedenis van de landbouw en voeding van de twintigste eeuw, maar techniek wordt breed opgevat, want ook verkavelingstechnieken behoren tot de inhoud van het boek. De eerste ruilverkaveling bracht het aantal percelen van de Ballumer Mieden op Ameland terug van tweeduizend tot ongeveer 270. Een eigenaar had zijn 12,8 hectare voor de verkaveling verdeeld over 269 percelen; na de verkaveling had hij er vijf. Bedrijfsefficiency in een notendop dus.

De verzuchting van landbouwminister Brinkhorst waarom boeren nou zo graag willen boeren, is begrijpelijk na het lezen van het boek. Het lijkt inderdaad saai op het boerenland. Is het nog wel leuk om aardbeien in de winter te produceren? Als je in je eentje op je trekker zit in de wijdse Noordoostpolder? Als de koe en de zeug niet meer dan een middel zijn? Als termen als financieringslasten, rendement en stalplaats dagelijks taalgebruik worden? Tegelijkertijd geeft het boek ook een antwoord op die verzuchting, want duidelijk blijkt dat de Nederlandse boerenstand grotere barri?res heeft weten te nemen dan deze oppervlakkige verzakelijking.

| M.W.

Techniek in Nederland in de twintigste eeuw - Deel III: landbouw, voeding, Walburg Pers, ISBN 9057300664, 89,50 gulden.

Re:ageer