Wetenschap - 24 januari 2002

NB: Koffietafelvogelen met De Grote Svensson

NB: Koffietafelvogelen met De Grote Svensson

BOEK | Vraag een ervaren vogelaar welke vogelgids de beste is, en hij antwoordt direct 'voor welk doel?'. En gelijk heeft hij. Wil je de vogels in je tuin herkennen, dan voldoet een simpel gidsje, wil je op Terschelling naar vogels zoeken, dan kun je beter een gids kopen over watervogels. Voor elke vogelaar bestaat er zo een op zijn wensen toegesneden gids.

Toch is er wel degelijk een antwoord te geven op de vraag welke vogelgids de beste is, maar dan hebben we het over die gidsen die het meest complete overzicht bieden van de vogels in Europa. Tot voor kort streden twee gidsen om de titel, Vogels van Europa van Lars Jonsson en Petersons vogelgids van alle Europese vogels, beter bekend als De Jonsson en De Petersons, maar die strijd is voorbij zonder dat een van beide heeft gewonnen.

Want de beste vogelgids is op het ogenblik Europese vogels, inmiddels ook bekend als De Svensson. Het boek, dat werd gemaakt door de Zweedse vogelexpert Lars Svensson samen met vogelexpert Peter Grant en de vogeltekenaars Killian Mullarney en Dan Zetterstr?m, wordt alom geroemd om de prachtige tekeningen, de overzichtelijkheid, en de gedetailleerde informatie over herkenning, geluiden, verspreiding en leefomgeving. De Svensson is er nu ook in koffietafelformaat. Geen boek om mee te nemen op vogelexcursie, maar wel een boek om eens rustig in te kijken wat je nu eigenlijk hebt gezien of om je voor te bereiden op wat je kunt zien.

De tekeningen zijn in wat ik maar De Grote Svensson zal noemen groter, van perfecte kwaliteit, en vooral erg informatief. Zo wordt telkens op de aparte kenmerken van vogels gewezen. Het verendek van de kleine sprinkhaanzanger is bijvoorbeeld in de zomer duidelijk bruinzwartgestreept terwijl op de witte borst zwarte streepjes zitten. De goudhaan heeft een 'lieve' gezichtsuitdrukking met zijn lichtgrijze kop, zijn clownachtige witte randen rond zijn ogen en zijn zwart met geel gestreept voorhoofd.

Duidelijk wordt ook hoe je vogels vliegend kunt herkennen. Zo wordt duidelijk waar de witbuikzandhoen en de zwartbuikzandhoen hun naam vandaan hebben, want de buiken van de vogels steken duidelijk af tegen de zandkleur van de sahelzandhoen, het rozegrijs van de kroonzandhoen en het gemarmerde zwartwit van de lichtensteins zandhoen. En bij de roofvogels staat een duidelijke tekening van de verschillen in silhouet bij de wespendief, de bruine kiekendief en de buizerd. De laatste is duidelijk compacter en heeft een lichte band over de borst.

De beschrijvingen in De Grote Svensson zijn helder en gericht op herkenning, doordat vaak een vergelijking wordt gemaakt tussen vogels die op elkaar lijken. Zo is de wespendief in vlucht van de buizerd te onderscheiden door zijn naar voren gestoken kop. Mooi zijn ook de geluiden die staan beschreven, het ZIE-ti van de ijsvogel, het kjuuurk van de waterhoen of het piiiej?h van de buizerd. Je moet ze eigenlijk even nadoen om te horen wat er nu eigenlijk staat.

En de conclusie? Ik ben geen ervaren vogelaar, en ik ga zeker niet stellen dat Europese vogels het beste vogelboek is voor elk doel, maar voor de koffietafelvogelaar voldoet het aan alle eisen die de doorgewinterde koffiedrinker maar kan stellen.

Martin Woestenburg

Lars Svensson e.a., Europese vogels - Alle vogels van Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, Tirion, ISBN 9052104468, 67,90 euro.

Re:ageer