Wetenschap - 18 januari 2001

NB: Iedere boerderij is een stukje stad

NB: Iedere boerderij is een stukje stad

BOEK | De meest opzienbare uitvindingen zijn dingen die mensen zonder nadenken elke dag opnieuw gebruiken. De paperclip, de lucifer, de lift, de wc, de fiets. Meestal beseffen mensen niet dat ook die zaken door veelal uitzonderlijke personen zijn bedacht.

In De uitvinders van het dagelijks leven verzamelde Marcel Grauts de geschiedenis achter de alledaagse dingen. Dat geeft interessante verhalen, zoals dat Noren tijdens de Tweede Wereldoorlog paperclips op hun revers schoven, als teken van protest tegen de Duitsers die niet wisten dat de Noor Johan Vaaler uitvinder van dit gebogen ijzerdraad was.

Minstens zo belangrijk als de uitvinding zelf was de machine waarmee een paperclip, een post-it note of een kroonkurk massaal kon worden gefabriceerd. Vaaler kreeg dit niet voor elkaar, met als gevolg dat twintig jaar na de uitvinding iedere fabrikant gratis van zijn verlopen patent gebruik kon maken.

Soms slaat Grauts de plank mis. Het verhaal over de 'rare snuiter' Karl von Drais die in 1814 met een zelfgemaakte velociped of loopmachine naar een hoog congres over de indeling van Europa kwam, is prachtig en romantisch. Dat Von Drais werd uitgelachen door zijn tijdgenoten en op vijftigjarige leeftijd zijn brood moest verdienen als circusartiest op zijn 'draissienne' eveneens. Maar Grauts vergeet te melden dat Leonardo da Vinci reeds in de zestiende eeuw tekeningen maakte van een vergelijkbaar voertuig, inclusief trapinrichting en leren fietsketting. Een reconstructie daarvan staat in het Leonardo-museum in zijn Toscaanse geboortedorp Vinci.

Marcel Grauts, De uitvinders van het dagelijks leven, Balans, ISBN 9050185452, 39,50 gulden.

BOEK | Ook al is de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening nog steeds gebaseerd op een scherp onderscheid tussen het rood van de stad en het groen van het land, in de planologische en stedenbouwkundige werkelijkheid zijn de grenzen tussen stad en land vervaagd. Luuk Boelens betoogt in Nederland netwerkenland dat dit komt doordat Nederland een 'netwerkmaatschappij' is geworden. Het is een term die in opkomst is, sinds de Spaanse socioloog Manuel Castells in zijn trilogie Information Age - Economy, Society and Culture de huidige maatschappij met zijn high tech gecomputeriseerde en telecommunicabele infrastructuur uitputtend beschreef.

Castells betoogt dat de maatschappij ingrijpend is veranderd in de laatste decennia. Arbeid betekent steeds minder, arbeidsverhoudingen worden steeds flexibeler en vrije tijd krijgt een steeds grotere betekenis, zowel binnen als buiten het werk. Er ontstaat een veelheid aan flexibele sociale netwerken, waar mensen vaak op een informele en relatief ongebonden manier wel of niet deel aan nemen.

Voor planologen, stedenbouwkundigen en architecten betekent dit dat het aloude onderscheid tussen stad en land vervaagt. De idee van een netwerkmaatschappij sluit bijvoorbeeld goed aan bij het gedachtegoed van de Wageningse landschapsarchitect Klaas Kerkstra, die als het ware in iedere boerderij een stukje stad ziet. Een stedelijk landschap verschilt zo alleen nog maar van een landelijk landschap door de dichtheid aan bebouwing.

Nederland netwerkenland is geen overzichtelijk boek. De artikelen lopen wijd uiteen. Luuk Boelens fingeert met veel filosofisch jargon een interview met Castells, terwijl Zef Hemel en Max van den Berg praktisch laten zien hoe met de inrichting van het Noord-Hollandse veenweidegebied, de stelling van Amsterdam en het hernieuwde Olympisch Stadion actief wordt ingespeeld op de moderne vrijetijdscultuur van de netwerkmaatschappij. | M.W.

Luuk Boelens (red.), Nederland netwerkenland - Een inventarisatie van de nieuwe condities van planologie en stedenbouw, ISBN 9056621793, 49,50 gulden.

Re:ageer