Wetenschap - 7 maart 2002

NB: Hoe fisiki en liriki samen de stalinistische maakbaarheid bezingen

NB: Hoe fisiki en liriki samen de stalinistische maakbaarheid bezingen

Halverwege Ingenieurs van de ziel vertelt Frank Westerman op aandoenlijke manier hoe het was om in het midden van de jaren tachtig les te krijgen in de antropologie van wat ik maar de heer onder de Wageningse sociologen noem, Jan den Ouden. "Dr. Den Ouden had geen voornaam, alleen initialen (J.H.B.)", schrijft Westerman. "Hij hield van polemiseren en provoceren, en steevast nam een van ons, hoe schuchter ook, de handschoen op."

Westerman krijgt tijdens die colleges de vingerwijzing dat er een relatie bestaat tussen irrigatie en despotisme, iets waarvan hij later in zijn tijd als Ruslandcorrespondent voor NRC Handelsblad met eigen ogen de resultaten kan aanschouwen. "'Dat is een inzicht van Marx', zei Den Ouden. 'Hoe kolossaler de waterwerken die een staatsmacht ter hand neemt, des te despotischer haar heersers."' In Ingenieurs van de ziel zoekt Westerman naar de achtergronden van die relatie.

Toch is het boek ook weer niet zo eenduidig. Het houdt het midden tussen literatuurhistorie, Russische geschiedenis en een reisverhaal. De schrijver Konstantin Paustovski, in Nederland beroemd geworden met zijn kronieken van de Russische revolutie, lijkt de hoofdrol te spelen in het boek. Een even grote rol is echter weggelegd voor de megalomane waterbouwwerken die met vele duizenden 'vrijwilligers' werden gebouwd om de katoenbouw te 'industrialiseren'. De twee komen samen in de reizen die Frank Westerman in zijn boek maakt langs de kanalen en stuwdammen om zich te vergewissen wat er nu eigenlijk klopt van de verhalen die schrijvers als Paustovski schreven.

Volgens de oud-correspondent voor de NRC in Moskou hebben de schrijvers - de 'liriki' - en de techneuten - de 'fisiki' - er beiden toe bijgedragen dat onder Stalin de maakbaarheid van de Russische maatschappij op zijn grootst was. De fisiki verbouwden als megalomane loodgieters de volledige waterhuishouding van het enorm uitgestrekte land. De liriki zongen onder leiding van de grote schrijver Maxim Gorki de literaire lofzang in boeken met weinig tot de verbeelding sprekende titels als Energie, De waterkrachtcentrale en De Wolga mondt uit in de Kaspische Zee. Die laatste titel geeft in kort bestek weer hoe groot de idee?n destijds waren. Stalin wilde rivieren omleggen om zo woestijnen met katoen te kunnen beplanten.

Ingenieurs van de ziel lijkt soms op twee gedachten te hinken. In het ene hoofdstuk duikt Westerman diep in de Russische literatuur, om te beschrijven hoe schrijvers afhankelijk waren van hun periodieke literaire lofzangen om hun schrijverscarri?re levend te houden. In het volgende hoofdstuk ontdekt hij en passant tijdens een bezoek aan Siberi? dat het niet verwonderlijk was dat in de jaren dertig de ganzenstand in Nederland sterk daalde; ze werden afgeschoten om de dwangarbeiders te voeden. De overgangen tussen de bibliotheekachtige setting van de literatuur naar de harde, alledaagse werkelijkheid en nog hardere geschiedenis van de Russische maatschappij komen daardoor soms wat gekunsteld over.

Dat kleine kritiekpunt wordt verzacht door de meeslepende verteltrant die we langzamerhand van Westerman gewend zijn, maar ook door de rijkdom aan informatie die het boek bevat. En natuurlijk door de tragische verhalen van de mensen die het in het Russische systeem niet redden. Zoals de schrijver Andrej Platonov, wiens werk door de Russische Schrijversbond veelal te satirisch van aard werd bevonden, ook al bezong hij de waterwerken in De sluizen van Jepifan. Of de directeur van de zoutmijnen bij de binnenzee Kara Bogaz, die werd gedeporteerd omdat hij de gewenste productie niet haalde. Dan wordt de megalomane maakbaarheid ineens nietig.

Martin Woestenburg

Frank Westerman, Ingenieurs van de ziel, Atlas, ISBN 9045004968, 18,95 euro.

Re:ageer