Wetenschap - 4 oktober 2001

NB: De man van Tollund is een duizenden jaren duttende mijnwerker

NB: De man van Tollund is een duizenden jaren duttende mijnwerker

BOEK | Er staan prachtige plaatjes in de Wereldatlas van de archeologie. De foto van de man van Tollund bijvoorbeeld, die in 1959 in een veen in Denemarken werd gevonden. Het gelaat van de man, die sinds de ijzertijd in het veen lag begraven, lijkt op een ebbenhouten sculptuur van een vredig slapend iemand, of op een mijnwerker die een dutje doet. Elk moment kan hij opstaan, denk je.

De Wereldatlas van de archeologie is een heerlijk lekenboek. Om te lezen hoe de Nartufi?rs zich tussen 11.000 en 6000 voor Christus vestigden in dorpen aan de oostkust van de Middellandse Zee, omdat zij dankzij een warmer klimaat de overstap konden maken van jagen en verzamelen naar landbouw. Of om op de kaart te zien welke culturen in Europa ontstonden na de vestiging van landbouwgemeenschappen, hoe de moderne mens zich over de aardbol heeft verspreid, of waar de Maya-steden liggen.

De indeling van de atlas is simpel. Er is een hoofdstuk over de ontwikkeling van de mensensoort, en belangrijke revoluties - de landbouw, het gebruik van vuur en het schrift - worden kort geschetst. Daarna wordt per werelddeel de geschiedenis geschetst, met onder meer de megalietenbouwers in Europa en West-Azi?, de Indusbeschaving, de dynastie?n in China, de Egyptische koninkrijken, de Pueblo-bewoners in het zuidwesten van Noord-Amerika, de Maori's in Nieuw-Zeeland, of de Azteken in Midden-Mexico.

De prehistorie van de wereld is natuurlijk nooit in 208 pagina's te vatten, maar de teksten in de atlas zijn helder en eenvoudig. Lees het boek en je krijgt een aardige indicatie van waar het bij archeologie om gaat. En telkens gaat het over mensen, de mensen die de aarde veranderen. Niet, zoals in veel andere archeologische plaatjesboeken, over de wereldwonderlijkheid van de monumenten die ze hebben achtergelaten. Een plaatjesboek met inhoud, dus.

Wereldatlas van de archeologie - Meer dan 1000 vindplaatsen, Unieboek, ISBN 9068252658, 89 gulden.

BOEK | Een wilster is een goudplevier, en andersom. Dat weet ik nu het vermakelijke, cultuurhistorisch interessante boek Goudplevieren en wilsterflappers uit is. En wilsterflappen is een ingenieuze manier om goudplevieren en collega-steltlopers als de rosse grutto, kievieten, kemphanen en dunbekwulpen, te vangen met lokfluiten, lokvogels en een groot slagnet dat omklapt en zo de vogels tegen de grond houdt.

Het vangen van goudplevieren is van alle tijden. Bij Velsen zijn botten gevonden die erop wezen dat mensen al in de eerste eeuw na Christus goudplevieren aten. Tegenwoordig wordt de oude techniek van de wilsterflapper gebruikt om vogels te vangen voor ornithologisch onderzoek. Het is een zeer geschikte techniek, omdat de vogels levend en wel gevangen worden. Het is misschien ook een uitstervende techniek, want de wilsterflappers die in het boek opdraven, zijn oud en beoefenen het vak meestal al tientallen jaren.

Goudplevieren en wilsterflappers kan een bijdrage vormen voor het voortbestaan van het vak, al zeggen de auteurs dat niet met zoveel woorden. Voor hen is het boek een ode aan het wilsterflappen, waarin de moderne biologie en de cultuurhistorie samen komen. | M.W.

Goudplevieren en wilsterflappers - Eeuwenoude fascinatie voor trekvogels, KNNV Uitgeverij, ISBN 9050111475, 60,05 gulden.

Re:ageer