Wetenschap - 18 april 2002

NB: De held van het rariteitenkabinet is Georg Everard Rumpf, de Blinde Ziener van Ambon

NB: De held van het rariteitenkabinet is Georg Everard Rumpf, de Blinde Ziener van Ambon

Zonder handel geen kennis, en andersom. Dat geldt ook voor de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), blijkt uit het boek Kennis en Compagnie. Als astronomen octrooi aangevraagd hadden op de door hen ontwikkelde navigatiemethode, zou de sterrenkunde van nu tot in de eeuwigheid zijn gefinancierd, schrijft sterrenkundige Vincent Icke in zijn wat vage hoofdstuk over de sterrenkunde. En zonder de bijzondere juridische constructie die de VOC tot eerste ge?nstitutionaliseerde handelscompagnie maakte, zou de hedendaagse naamloze vennootschap niet hebben bestaan, schrijven de juristen Bas Steins Bisschop en Tjalling Wiersma.

De held van het boek Kennis en Compagnie is toch Georg Everard Rumpf, alias Rumphius, alias de Blinde Ziener van Ambon, alias Plinius indicus. Zijn levensverhaal leest als een jongensboek. De achttienjarige Duitser wordt onder valse voorwendselen geronseld om in Brazili? de Portugezen te bevechten, maar komt terecht in Portugal, waar hij veel reist en uitgebreid de natuur en de taal bestudeert. In 1652 vertrekt hij als adelborst vanaf Texel naar de Molukken. Voor de VOC was hij betrokken bij handel, het bouwen van fortificaties, strafexpedities, maar het grootste deel van de 49 jaar dat hij er woonde was hij koopman in civiele dienst op Ambon.

Rumpf wordt de grote wetenschapper van de planten en de mariene biologie, maar het jongensboek stopt niet, want de omstandigheden waaronder Rumphius schreef aan zijn meesterwerken, d'Amboinsche Rariteitenkamer over schaalvissen en mineralen en het zevendelige en tweetalige Herbarium amboinense, waren rampzalig. Op 43-jarige leeftijd werd Rumphius ongeneeslijk blind, vier jaar later werden zijn vrouw en twee dochters gedood door een aardbeving, en toen hij zestig was, ging zijn bibliotheek inclusief manuscripten en prenten in vlammen op.

Volgens Willem Backhuis, wetenschappelijk uitgever en gastdocent in de geschiedenis van de biologie in Wageningen, kan Rumpf beschouwd worden als de grondlegger van de mariene biologie in de tropen. Hij wordt tot op heden wetenschappelijk bestudeerd door de Rumphius Biohistorical Expedition, die in 1990 de vindplaatsen van Rumpf rondom Ambon bezocht. Maar ook in de plantenwetenschappen heeft Rumpf zijn sporen nagelaten. "Hoewel het door Linnaeus naar hem genoemde geslacht Rumphia waarschijnlijk geen bestaansrecht heeft, houden tal van soorten, beschreven en benoemd door verschillende plantkundigen met het epitheton rumphianus of rumphii, de herinnering aan de blinde ziener levend."

Interessant is ook de manier waarop met de meesterwerken van Rumpf wordt omgegaan. d'Amboinsche Rariteitenkamer wordt in 1705 uitgegeven - zes jaar nadat Rumpf het verstuurde en drie jaar na zijn dood - door de burgemeester van Delft, Hendrik d'Acquet, die zelf ook een collectie naturali?n had. Het Herbarium amboinense blijft nog een halve eeuw in de kluizen van de VOC liggen, want de leiding van de handelscompagnie, de Heeren Zeventien, vond de beschrijving van de meer dan 1300 plantensoorten gevoelige informatie die ongewenste concurrentie met Engeland, Frankrijk, Denemarken en Portugal zou kunnen aanwakkeren. Zo blijkt dat de handel ook toen kennis tegen kon houden, want de vrije handel heeft wel kennis nodig, maar als die kennis gevoelig ligt, is de vrije markt ineens niet zo belangrijk meer. Kennis blijft macht.

Martin Woestenburg

Leonard Bluss? en Ilonka Ooms (red.), Kennis en Compagnie - De Verenigde Oost-Indische Compagnie en de moderne wetenschap, Balans, ISBN 9050185746, 22,50 euro.

Re:ageer