Wetenschap - 1 januari 1970

Myke

Myke

Myke

Begin maart ben ik begonnen met een afstudeervak. Ik meet de lichaamssamenstelling van wedstrijdroeiers. Dat wil zeggen: ik meet hun spier- en vetmassa. Ik gebruik de huidplooimethode en een impedantiemeting. Tijdens een impedantiemeting stuur ik een klein stroompje met verschillende frequenties door het lichaam. Daar voel je niets van, maar sommigen verbeelden zich toch dat ze iets voelen. Dan roepen ze: Ieh, ik voel iets, maar dat kan bijna niet

Bij de huidplooimethode meet ik met een klem huidplooien bij de triceps, de biceps, onder het schouderblad en in de zij. Die diktes stop ik in een formule en dan weet ik wat het vetpercentage is. Het meten van huidplooien is bij mannen makkelijker dan bij vrouwen. Mannen hebben een bindweefsellaag tussen hun vetlaag en hun spierlaag; die hebben vrouwen veel minder. Daardoor voel je het onderscheid tussen vet en spierweefsel bij mannen duidelijker dan bij vrouwen

Ik meet mezelf niet; ik zou makkelijk kunnen sjoemelen als de waarden me niet aanstaan, en het is de bedoeling dat het objectief blijft. De roeiers meet ik om de twee weken, tien 340 elf mannen en veertien vrouwen. Het zijn allemaal eerste- en tweedejaars roeiers. Die zijn nog niet zo lang bezig, waardoor hun vet- en spiermassa nog verandert. Met hun conditieopbouw gaat waarschijnlijk hun spiermassa omhoog en hun vetmassa omlaag. Dat dit gebeurt is bekend. Maar het gaat erom het te meten met deze twee methoden; het is niet bekend of het mogelijk is daarmee kleine veranderingen in de lichaamssamenstelling te meten

Dat valt niet mee, want vooral de huidplooimethode is vrij grof. En ook de impedantiemeting is moeilijk, omdat de metingen onder gelijke condities moeten plaatsvinden. Het maakt bijvoorbeeld uit hoe warm de huid is en of iemand voor de meting heeft gesport

Aan het begin van mijn afstudeervak had ik al tegenslag. Het was de bedoeling om met een speciaal soort röntgenapparaat heel nauwkeurig de spier-, vet- en botmassa te meten als referentie voor de andere metingen. Het ging goed bij de eerste persoon die eronder lag, tot de scanner bij de enkels aangeland was. Toen weigerde dat ding. Die jongen lag al bijna een half uur onder het scanapparaat, maar de hele scan, die 27 minuten duurt, moest over

Het bleek dat de scanner steeds haperde. We hebben gezocht naar andere oplossingen, maar die bleken te duur. Samen met mijn begeleider hebben we toen besloten om alleen de impedantie- en de huidplooimethode met elkaar te vergelijken

Ik roei zelf ook wedstrijden en ik vind het leuk dat ik met roeiers werk, want ik ken de mensen die ik meet. Nee, ik word niet gek van al die roeiverhalen; ik ben er verslaafd aan


vierdejaars Voeding en gezondheid

Re:ageer