Wetenschap - 29 april 2016

'Musea zijn een schatkamer voor de wetenschap'

tekst:
Rob Ramaker

Natuurhistorische musea zijn geen stoffige verzamelingen zonder nut. Science Café Wageningen liet gisteravond zien welke waarde collecties hebben voor de moderne wetenschap.

Foto's: Sven Menschel

Afgelopen dinsdag brandde in New Delhi het Indiase Museum of Natural History volkomen uit. Talloze opgezette dieren en fossielen gingen verloren. Is dat een ramp voor de wetenschap? vroeg Jelle Reumer zich gisteravond hardop af tijdens het Science Café Wageningen. Zijn antwoord: ‘Ja, dat is een ramp.’ Maar waarom eigenlijk?

De voormalig directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, en nu deeltijd hoogleraar Paleontologie in Utrecht, hield zijn gehoor in Café Loburg voor dat zo’n museum niet slechts een verzameling is van geprikte insecten, gedroogde planten en opgezette dieren. Aan elk object zit een label met gegevens over waar, wanneer en door wie het is verzameld. Dat is wetenschappelijk interessante data; het vertelt dat deze plant of dit dier op een bepaald moment op een bepaalde plek was.

Zou het ook mogelijk zijn dieren te ‘ont-uitsterven’? [...] Een terugkeer van de wolharige mammoet en dodo?

Hoe dat nuttig kan zijn, legde Reumer uit aan de hand van de introductie van de Europese huismus in New York in 1852. Wanneer je de gegevens van gevangen mussen op een kaart toon, krijg je een ‘filmpje’ van de verspreiding over Noord-Amerika – en de afname van de vogel in Europa – van 1852 tot nu. In New Delhi ging dus een hoop kostbare data in vlammen op.

En met de gegevens op labels beginnen de mogelijkheden pas, vertelde Arjen Speksnijder, hoofd van de laboratoria van Naturalis Biodiversity Center. Tegenwoordig is het mogelijk het erfelijk materiaal van museumobjecten te isoleren. Speksnijder gebruikt dit vooral om ‘streepjescodes’ te maken waarmee dieren en planten onomstotelijk kunnen worden geïdentificeerd.

ahh2.jpg

Dat lijkt niet spannend, maar Speksnijder gebruikt zijn database met streepjescodes op allerlei manieren. Zo identificeert hij vogels die in botsing komen met vliegtuigen op Schiphol, speurt hij resten van beschermde dieren traditionele geneesmiddelen en keek in de maag van een mammoet naar diens laatste maaltijd. Een museum, vatte hij samen, is dus eigenlijk een schatkamer van DNA. En die bevat soms ook DNA van dieren die de laatste 150 duizend jaar zijn uitgestorven.

In de zaal zagen sommige luisteraars daarom al mogelijkheden de film Jurassic Park werkelijkheid te laten worden. Zou het ook mogelijk zijn dieren te ‘ont-uitsterven’? vroeg een luisteraar. Een terugkeer van de wolharige mammoet en dodo? Een idee dat beide sprekers deed hoofdschudden. Het zou technisch niet mogelijk zijn. En zelfs als het zou kunnen, vond Reumer, het een hobby voor verveelde rijkaards. Speksnijder riep mensen op het geld te besteden aan behoud van bestaande biodiversiteit. Bijvoorbeeld door stroperij en smokkel van beschermde dieren te bestrijden.


Re:ageer