Wetenschap - 25 juli 2002

Muizenissen

Martin Woestenburg, redacteur Wb

Lunchen is afzien, deze zomer. De kantine in het Jan-Kopshuis is gesloten. Mien is met vakantie. Dat gunnen we haar van harte, maar we missen haar.

We drinken verse jus d'orange, en eten geitenkaaskroketten op rucola of een broodje lamsham met een dressing van honing, tijm en mosterd. Onze gedachten gaan uit naar de broodjes bal die Mien altijd op dinsdag serveert. Maar nu even niet... Niet kiezen tussen de Toscaanse tomatensoep of de groentesoep met ballen, geen broodje 'dooie vis' of tonijnsalade met 'kledder'.

Voor de lunch een kilometerslange wandeling. Onze spijsvertering raakt op versnelling, maar de honger ook. We zetten ons neer in de rotan stoel tussen de congresgangers uit het WICC. Geen grapjes, geen weddenschappen om de uitkomst van reorganisaties of de nieuwe landbouwminister. Alleen een te hard pratende Amerikaan die een bedeesde Spanjaard toespreekt. Leegte.

We sluiten de lunch af met een met cacao bekopte, melkwitschuimende cappuccino. De bediening legt koudweg de rekening neer: tien euro! Dat is welgeteld twee euro per woord op de menukaart, een woordprijs waarover wij arme broodschrijvers alleen kunnen dromen. Het zijn vijf lunches bij Mien, en dan ook nog eens zonder Mien.

Koud en onvoldaan stappen we op. Morgen nemen we boterhammen mee, of beter nog: we sturen Wageningen UR een rekening voor onze gestegen onkosten.

Re:ageer