Wetenschap - 1 januari 1970

Mosterd lokt extra sluipwespen naar spruitjes

Koolplanten die verstopt zijn tussen gerst weet de sluipwesp Diadegma semiclausum nog uitstekend op te sporen. En als de kool tussen mosterdplanten staat, komen er zelfs éxtra sluipwespen op af. Dat ontdekte de Hongaarse promovendus Tibor Bukovinszky. Door slim gebruik te maken van mengteelten kan men in de toekomst de biologische bestrijding van plagen wellicht verbeteren.

Het telen van uitgestrekte percelen met slechts één gewas is vragen om moeilijkheden. Je organiseert zo immers een massale picknick voor plaagorganismen die maar al te graag in grote aantallen komen opdagen. Het is bekend dat in mengteelten de problemen met plagen veel beter te beheersen zijn. Aan mengteelten kleven echter wel allerlei praktische nadelen. Bovendien is nog nauwelijks bekend welke effecten plantenmengsels precies hebben op verschillende plaagorganismen en hun natuurlijke vijanden.
Bukovinszky heeft in zijn promotie-onderzoek door experimenten en veldobservaties geprobeerd uit te zoeken waarom er in mengteelten minder plaaginsecten voorkomen en hoe natuurlijke vijanden reageren op vegetatiediversiteit.
Bukovinszky: ,,Plaaginsecten als de melige koolluis, het koolwitje en de koolmot verspreiden zich heel verschillend als de koolplanten hier en daar in een veld gerst staan. De luizen gaan niet echt actief op zoek naar spruitkool, maar verspreiden zich voornamelijk passief met de wind.’’ Het koolwitje, dat actief op zoek gaat en relatief veel gebruik maakt van visuele informatie, weet de koolplanten goed te vinden. De koolmot, die vooral op geursignalen afgaat, heeft vooral veel moeite de kleinere plekken met koolplanten op te sporen.
Het is volgens Bukovinszky voor het eerst dat relatieve verschillen in foerageergedrag worden gebruikt om de respons van plaaginsecten in een heterogene vegetatie te kunnen verklaren.
Om het effect van mengteelt op natuurlijke vijanden te onderzoeken werden experimenten uitgevoerd met de sluipwesp Diadegma semiclausum, die haar eitjes legt in de rupsen van de koolmot. Deze sluipwesp wordt aangetrokken door de geur van spruitkool, maar nog meer door de geur van witte mosterd. Bukovinszky: ,,Op zowel spruitkool als witte mosterd komen rupsen van de koolmot voor. De kwaliteit van de rupsen op mosterd is voor de sluipwesp waarschijnlijk beter, waardoor ze een voorkeur voor de geur van mosterdplanten ontwikkeld hebben.’’
De aanwezigheid van mosterdplanten trekt populaties van sluipwespen aan en houdt deze sluipwespen ook langer vast. Voor gerstplanten geldt het omgekeerde: ze zorgen voor een afname van de populatie doordat er minder sluipwespen immigreren. Bukovinszky denkt dat met dit ‘trek- en duwsysteem’ in de toekomst de biologische bestrijding van plagen in het open veld misschien beter gestuurd kan worden. ,,Met een lokgewas kun je de sluipwespen op de juiste plaats krijgen en omdat sluipwespen leren van hun ervaringen kunnen ze dan wellicht ook de plaag in het andere gewas snel en efficiënt aanpakken’’. | G.v.M..

Tibor Bukovinszky promoveert op maandag 28 juni bij prof. Joop van Lenteren, hoogleraar Entomologie, en prof. Louise Vet, hoogleraar Evolutionaire ecologie.

Re:ageer