Wetenschap - 14 oktober 2010

Mosseltest zonder proefdieren

Nu nog worden zeker tienduizend ratten en muizen gebruikt in Europa om giftige stofjes in mosselen en oesters op te sporen. Promovendus Arjen Gerssen heeft een alternatief voor de dierproeven ontwikkeld.

Giftige_alg_Dinophysis_acuminata.jpg
Elke woensdag worden er van verschillende mosselpercelen in de Oosterschelde en de Waddenzee steekproeven genomen. Die gaan naar Wageningen, waar het RIKILT de mossels controleert op toxische stoffen. Het gaat hier om mariene biotoxines die door verschillende algen worden geproduceerd. Het instituut moet voor vrijdagmiddag half twee rapporteren. Dan kunnen de mossels al dan niet worden vrijgegeven voor de handel.
 
Diarree
De meeste toxines worden met chemische apparatuur gedetecteerd op het voedselveiligheidinstituut, maar één groep van giftige stoffen wordt elders getest met behulp van ratten. Deze vetminnende toxines tasten bij mensen en dieren de darmwand aan, zodat diaree ontstaat. Ze zijn niet dodelijk voor mensen en ratten. De mosselen worden voorgeschoteld aan uitgehongerde ratten. Als die diaree krijgen, is het foute boel.
 
Nazomer
Dat gebeurt gelukkig zelden. De laatste keer dat in Nederland een partij mosselen werd afgekeurd vanwege deze gifstoffen, was in 2002. Maar vorige maand zijn er in Italië nog tweehonderd mensen ziek van geworden, zegt Gerssen. In de nazomer komen vaker besmettingen voor, weet hij, omdat de zeewatercondities dan vaak ideaal zijn voor de groei van deze giftige algen. De minuscule algen worden daarna ‘opgevist’ door schelpdieren die voedingsstoffen uit het water filteren.
 
Mosselextract
De meeste Europese landen testen de aanwezigheid van deze mariene toxines met muizen. Die krijgen een mosselextract geïnjecteerd. Als de mossel gif bevat, gaat de muis dood. Als de muis negatief test, wordt hij alsnog afgemaakt. Jaarlijks worden in de Europese Unie tussen de tien- en twintigduizend muizen als proefdier gebruikt voor deze test, schat Gerssen. Bovendien is deze muizentest niet onfeilbaar. Gerssen kreeg in 2008 een partij mosselen uit België die dodelijk was gebleken voor de testmuizen. Daardoor was er paniek ontstaan in de Belgische en Zeeuwse mosselhandel. Gerssen kon echter geen gif vinden, net zo min als het RIVM. Mede hierom wil de Europese Unie de dierproeven voor controle op mariene toxines per 2013 afschaffen.
 
Als geroepen
Daarom komt de nieuwe chemische testmethode van Gerssen als geroepen. Hij voert het mosselextract eerst door een vloeistofchromatograaf, die de eventuele aanwezige gifstoffen van elkaar scheidt. Daarna komen de gifstoffen in een massaspectrometer. Elke toxine heeft een unieke structuur en daarmee een uniek gewicht. Gerssen weegt dus in de spectrometer of de gifstof aanwezig is. Bovendien kan hij de concentratie van de gifstoffen nauwkeurig bepalen. ‘Het voordeel van deze methode is dat we nu een uitspraak kunnen doen over individuele toxines’, zegt Gerssen. ‘Bij de ratten- en muizentest weet je niet waarvan ze ziek worden. Bovendien kunnen we met deze test al lagere concentraties meten waar mens en dier nog niet ziek van worden. Door dat achtergrondsniveau te meten, weet je hoe de gifconcentraties zich ontwikkelen in de mosselen. Met een dierproef weet je dat niet.’
 
Europese standaard
Duidelijk is inmiddels dat de chemische analyse de mariene toxines haarfijn opspoort. Er vindt nu een validatiestudie plaats om na te gaan of ook andere controlelabs in Europa de toxines kunnen opsporen met de door Gerssen ontwikkelde methode. Ze beoordelen nu de opgestuurde schelpdiermonsters van het RIKILT. Als die test goed uitpakt, wordt de detectiemethode van Gerssen voorgesteld als de Europese standaard.
Niet slecht voor een promovendus. Hij promoveert op 15 oktober bij Ivonne Rietjens, hoogleraar Toxicologie, en Jacob de Boer, hoogleraar Milieuchemie en –toxicologie aan de VU in Amsterdam.
 

Re:ageer