Student - 13 augustus 2015

Mortierstraat 14B- Thuisthuis

tekst:
Rob Ramaker

Wat voorafging: De huisgenoten vieren hun vakantie met een tour langs ieders ‘thuisthuis’. Filippo is het na enkele bezoeken beu om constant als dé buitenlander gezien te worden.

Mortierstraat wall.jpg

Filippo keek gefascineerd hoe iedereen aanviel op de stamppot boerenkool. Ze waren vanavond op de laatste halte van hun trip langs ieders thuisthuis en zaten om de tafel bij Willem-Jans ouders. Die hadden erop gestaan stamppot te maken. Het mocht dan hoogzomer zijn en de boerenkool kwam uit de vriezer, maar ze konden niet langer accepteren, zei Willem-Jans moeder theatraal, dat Filippo nog nooit stamppot had gegeten. En daarom keek de Italiaan nu verbaasd hoe om hem heen juskuiltjes werden gecreëerd in boerenkoolheuvels. Op de achtergrond tikte een koekoeksklok.

‘This is actually not bad at all’, zei hij na het eerste hapje beleefd, en liet Willem-Jans moeder glimmen van trots. ‘Jullie zijn zo’n positieve groep’, zei ze. ‘We snappen wel dat het Willem-Jan zo voor de wind gaat.’ Rondom de tafel werd bemoedigd geknikt. Zoonlief had van tevoren aangegeven dat niemand een kik mocht geven over zijn studievoortgang. ‘Willem-Jan was op de middelbare school ook altijd al een studiebol.’ Derk wist een opkomende lachaanval slechts te verhullen door zich spectaculair te verslikken in de stamppot. Terwijl Vera hem op zijn rug klopte, veranderde Bianca snel van onderwerp.

‘Ik vind het ook leuk dat we deze zomer op zo veel plekken in Nederland komen. Eerst Brabant, toen Rotterdam, Salland en nu de Achterhoek.’

‘Ja ik vind het ook een fantastisch idee’, kirde Willem-Jans moeder terwijl ze Filippo aanwees. ‘Zo ziet hij ook wat van ons land.’ Filippo keek inmiddels wat minder beleefd. Tegen elven stapten ze in het busje. Er werd inmiddels druk gegaapt.

‘Let me drive‘, zei Filippo, ‘I feel totally awake guys.’ De kilometers daarna zakten ze een voor een in slaap. Bianca, Derk en tenslotte Willem-Jan die nog een tijd zat te kletsen met Filippo. Niemand merkte dus hoe hij de bus van de snelweg stuurde en invoegde in de andere richting. Een tijd later werd Willem-Jan wakker. Gedesoriënteerd wreef hij over zijn stijve nek. Hadden ze niet allang thuis moeten zijn? dacht hij. Hij keek verdwaasd naar buiten waar regelmatig gele borden voorbij flitsten. Een eindeloze minuut staarde hij verbijsterd uit het raam.

‘We rijden in Duitsland’, zei hij, waardoor achterin mensen opschoten, ‘waarom?’

‘We are going to my home now’, zei Filippo grijnzend, ‘to Italia.’


Re:ageer