Nieuws - 24 september 2015

Mortierstraat 14B Grebbeberg

tekst:
Rob Ramaker

Wat voorafging: Derk heeft sinds zijn coming-out nog niet veel serieuze relaties gehad met jongens. Gelukkig is sport altijd een goede uitlaatklep

Mortierstraat wall.jpg

Het was de eerste Shout-borrel van het jaar en zongebruinde jongens en meiden vertelden over hun vakanties. Zelf zat Derk met zijn hoofd nog elders toen Jelle, een jongen die hij vaag kende, hem aansprak. En voor hij het wist zat Derk zoals altijd weer uit te varen over zijn huisarts. ‘Die gast zat dus alleen naar zijn scherm te kijken, wilde me eigenlijk niet onderzoeken en dan ineens riep hij : Je hebt een runner’s knee, twee maanden rust. Dat is toch ongelooflijk?’

Jelle trok een rimpel. ‘Maar had hij ongelijk dan?’
‘Dat is niet het pu – unt’, zei Derk. ‘Het gaat om die lompheid. Ik bedoel, mijn hele marathondroom ligt in duigen. Ik kan wel janken.’

Jelle haalde zijn handen door zijn haar. ‘Maar hij kon je niet helpen?
Derk snoof. ‘Hij zei dat ik maar moest gaan zwemmen, of wielrennen.’

Het gezicht van Jelle klaarde op. ‘Je moet gewoon een keer mee komen fietsen. Als je teleurstelling weg is, vind je dat hartstikke leuk. En ik beloof het rustig aan te doen.’ Derk ontdooide. Werd er nu met hem geflirt?

Een week later wachtte Derk – met geleende fiets - bij de Haarweg. Van een afstand zag hij Jelle met fietshelm enthousiast naar buiten komen.
‘Heb je er zin in?’ zei Jelle en gaf Derk een enthousiaste hug.

De eerste kilometers richting Grebbeberg hield Derk zijn fietsmaatje goed bij. Wel verloor hij soms het ritme; wat voelde alsof zijn benen in de knoop raakten. Soms keek zijn ‘kopman’ om en stak zijn duim op. Na een kilometer of tien maalden Derks voeten opeens in een lekkere cadans. Hij voelde dezelfde roes als bij het hardlopen en haalde Jelle zelfs in. Op de terugweg over de dijk had Jelle moeite met volgen. Vanuit zijn ooghoeken zag Derk dat Jelle vastbesloten was zich niet te laten kennen. Telkens kwam hij uit het zadel en haakte weer aan. Toen Wageningen in zicht kwam, remde Jelle plotseling en stapte af. Derk draaide zich om en zag hoe de jongen zijn fiets aan de kant gooide en in het weiland stond te kotsen. Toen Derk was afgestapt, zat Jelle tegen een paaltje geleund. Derk ging er naast zitten. Een knalrode, zwetende Jelle legde zijn hoofd op Derks schouder.

‘Echt leuk dit, moeten we vaker doen’, zei Derk. Jelle lachte er proestend om. ‘Nee, dít niet,’ zei hij, knipoogde en pakte Derks hand.