Wetenschap - 1 januari 1970

Molukse sardinevissers hebben veel geluk nodig

Molukse sardinevissers hebben veel geluk nodig

Molukse sardinevissers hebben veel geluk nodig

,,De lichtvisserij op sardine, ansjovis en andere pelagische vissen in de
Molukse kustwateren is een van de meest onzekere visserijen ter wereld. De
vissers, die 's nachts met lampen vis proberen te lokken, hebben soms geluk
maar komen ook geregeld met lege netten thuis.'' Ir Hans van Oostenbrugge
onderzocht hun onzekere bestaan van nabij.
,,De helft van de dagen vangen ze niks, en als ze wat opvissen, kan dat een
paar ton vis zijn maar even zo makkelijk slechts tien kilo vis.'' Van
Oostenbrugge voer mee met de vissers in hun kleine bootjes en liet hen
logboeken bijhouden. ,,Het gaat hier om kleine pelagische vissen, die
normaliter in relatief diepe, open kustwateren voorkomen. Het probleem voor
de vissers is hier dat de grote scholen vis door de zee kruisen op
schijnbaar willekeurige manier. Ze kunnen er geen pijl op trekken.''
De onderzoeker ging aan de hand van satellietbeelden en eigen metingen op
zee na waar het plankton zich bevindt, het voedsel van pelagische vissen.
Hij ontdekte zekere ruimtelijke patronen rond Ambon en de Lease-eilanden,
maar die zijn van een te grote schaal en niet stabiel genoeg voor de
vissers om er voordeel uit te trekken. Als ze hierop af willen gaan, zouden
de vissers geregeld honderden kilometers moeten afleggen, en zelfs dan is
de kans groot dat ze te laat zijn of net naast de grote scholen vissen.
,,Vergelijk het met de industriƫle visserij voor de Westkust van Afrika.
Daar varen megaschepen die wel satellietbeelden gebruiken, maar die vissers
kunnen het zich veroorloven om grote reizen te maken en tien dagen niets te
vangen. Want als ze uiteindelijk de scholen vinden, hebben ze soms in een
paar dagen het ruim vol met honderden ton vis.'' De vissers op Ambon hebben
te kleine bootjes om op zo'n manier te vissen, en kunnen geen hoge
brandstofkosten betalen. Om de grote onzekerheid het hoofd te bieden,
vissen ze 's nachts en hebben ze allerlei andere baantjes nodig.
Gebruik van modernere instrumenten zoals een sonar zou wonderen kunnen
verrichten, zegt Van Oostenbrugge, maar dit moet wel samengaan met een
ander vispatroon. Nu blijven ze veelal dicht bij de havens. ,,Ik had een
sonar bij me en de vissers waren zeer geĆÆnteresseerd. Ze kunnen nu
weliswaar scholen vis op honderd meter afstand zien, maar niet de vis onder
hun boot in de diepere wateren. |
H.B.
Ir Hans van Oostenbrugge hoopt te promoveren op 9 december bij hoogleraar
Visteelt en Visserij prof. Bram Huisman.

Re:ageer