Wetenschap - 5 september 2002

Mogelijk schuimexplosie op strand bij aanleg vliegveld in Noordzee

Mogelijk schuimexplosie op strand bij aanleg vliegveld in Noordzee

De aanleg van een vliegveld in de Noordzee kan in het ergste geval zorgen voor een daling van de concentratie chlorofyl langs de kust van Noord-Nederland met wel 35 procent. De gevolgen voor natuur, recreatie en visserij zijn nog niet zeker, maar worden significant geacht. Duidelijk is dat de eventuele aanleg van een vliegveld in de Noordzee duurder zal uitvallen dan gedacht.

De cijfers komen voort uit modelberekeningen van Mare, een consortium van onderzoeksinstituten, die zijn uitgevoerd in het kader van het onderzoekprogramma Flyland naar de effecten van een luchthaven in zee. Voor dr Han Lindeboom, namens het NIOZ en Alterra Texel projectleider van het deelonderzoek naar de gevolgen voor plankton, bodemdieren en ecologie van kust en duin, is de uitkomst 'een gigantische eye opener'. "Er ligt in ieder geval een probleem. Als de uitkomsten kloppen, en dat weten we nog niet zeker want het zijn modeluitkomsten waarbij gekeken is naar de worst case scenario, dan zullen voor miljarden maatregelen genomen moeten worden bij de aanleg van het vliegveld."

Wat er kan gebeuren dankzij de afname van chlorofyl in zee, is dat de stranden van Texel in het hoogseizoen te maken krijgen met vervuiling door vlokkig schuim dat algen produceren, verwacht Lindeboom. De jaarlijkse bloei van schuimvormende algen vervuilt de stranden van Texel nu halverwege juni met bruinig schuim. Die bloei zal bij een met slib verduisterde zee niet alleen later optreden, maar ook explosiever zijn. Dat betekent veel vies schuim op de drukke stranden.

Verder onderzoek zal volgens Lindeboom moeten uitwijzen welke gevolgen de daling van de chlorofylconcentratie heeft voor de Nederlandse en Duitse kustwateren, maar volgens het rapport zijn de gevolgen voor natuur, recreatie en visserij 'significant'. Er zijn nog wel veel onzekerheden, bijvoorbeeld welke gevolgen de vermindering zal hebben voor de bodemfauna en de vissen. Een simpele doorvertaling van de daling van 35 procent kan volgens de onderzoekers zowel een grote overschatting als onderschatting zijn. De onderzoekers gaan nu kijken naar vragen rond de zandkwaliteit en de hoeveelheid vrijkomend slib.

In het verleden moeten werkzaamheden aan bijvoorbeeld de Deltawerken of de Maasvlakte vergelijkbare effecten hebben gehad. Pikant is daarbij dat de sterke toename van zandwinning in de jaren 1980 samenvalt met een daling van de aantallen mosselen, schollen en kokkels. Ook hier zullen de onderzoekers verder onderzoek naar doen. | M.W.

Re:ageer