Organisatie - 1 november 2007

Moeten de dieren blij zijn met Thieme?

De beantwoording van de stortvloed aan Kamervragen die de Partij voor de Dieren stelt, kost jaarlijks ruimt drie ton, meldde het Algemeen Dagblad deze week. Marianne Thieme liet weten dat ze daar niet mee zit. De partijleider wil immers geen vrienden maken in Den Haag, maar actie voeren voor dierenwelzijn. Schieten de dieren iets op met haar luidruchtige strategie?

369_opinie_0.jpg
Dr. Peter Smeets, pleitbezorger voor agroparken en onderzoeker bij Alterra
‘Ik kom ze regelmatig tegen bij discussies over megastallen. Ze blazen iets op wat eigenlijk erg beperkt van omvang is. Slechts twee procent van de dieren is gehuisvest in wat je megastallen zou kunnen noemen. En dan gaat het vaak om koeien, maar daar hoor je ze niet over, want koeien staan niet bekend als zielige dieren. Daarom richten ze zich op kippen en varkens, terwijl je je volgens mij kunt afvragen of koeien niet slechter af zijn.
Het is zeker zo dat ze publicitair scoren, en dat heeft effect. Ze hebben goede contacten in het Gooise. Ik merk dat Den Haag en lagere overheden beducht zijn voor de publiciteit en dat werkt verlammend op vernieuwingen.
Ik ben ook voor efficiënte productie van eiwitten. Wat mij betreft laten we insecten of schorpioenen in onze behoefte voorzien, die zijn veel efficiënter dan kippen en varkens. Maar voor het zover is, gaan er nog heel veel varkens het slachthuis in. Ik rijd op dit moment door India, het meest vegetarische land ter wereld, en hier zie je dat de consumptie van vlees enorm groeit. Je kunt wel mooie principes verkondigen, maar dit is een werkelijkheid waar je rekening mee moet houden.
De partij moet er eigenlijk voor zorgen dat er zoveel mogelijk varkens in Nederland komen. Want ze hebben het nergens beter. In Spanje hebben ze het niet over dierenwelzijn, laat staan in China. Het is goed dat ze de discussie aanzwengelen, dat houdt iedereen scherp. Maar de dieren schieten er niet zo veel mee op als je alles wilt verbieden. Je moet nadenken over verbeteringen, niet overal tegen zijn.’

Alexander Bolomey, lobbyist voor de Dierenbescherming[img]
‘De Partij voor de Dieren maakt goed gebruik van de middelen die zij heeft. Feit is dat de vragen die de Partij stelt in het algemeen wel dierenwelzijnsonderwerpen betreffen waaraan extra aandacht mag worden besteed. Misschien zou de partij om nog effectiever te zijn ook bijvoorbeeld nog meer het algemene overleg tussen de Tweede Kamer en de minister moeten aangrijpen om onderwerpen aan de orde te stellen. Want naar aanleiding van dit parlementaire middel bestaat er de mogelijkheid om moties in te dienen. Overigens heeft de PvdD recent met succes het middel van het spoeddebat – over het veetransport - en het organiseren van een rondetafelgesprek ingeroepen.
Of de partij ook daadwerkelijk effectief is zal op de langere termijn moeten blijken. Wet- en regelgevingstrajecten lopen lang. De minister wordt door de vele vragen echter wel gedwongen de vinger aan de pols te houden. En ook de Dierenbescherming zou het goed vinden als minister Verburg eens met visie zou komen in plaats van allerlei losse eindjes op het gebied van dierenwelzijn zoals in haar onlangs verschenen Nota Dierenwelzijn. Er valt nog heel wat te verbeteren.’

Prof. Jouke de Vries, hoogleraar Bestuursrecht aan de Universiteit Leiden[img]
‘De Partij voor de Dieren is een symptoom van het feit dat we steeds verder bovenin de piramide van Maslow zijn terechtgekomen. Het gaat in onze maatschappij niet meer over de eerste levensbehoeften maar over zaken die daaruit voortvloeien zoals relaties, seksualiteit en dierenwelzijn. One-issuepartijen zijn daar een gevolg van. En dat de PvdD zich richt op met name de agrarische sector is natuurlijk logisch.
De partij heeft ook wel degelijk effect, want ook andere partijen zien dat het electoraat gevoelig is voor wat de PvdD aanzwengelt, ook al is er sprake van buitenproportionele aandacht voor het dierenwelzijn. Door het stellen van vragen sorteert de partij niet direct veel effect, maar de PvdD heeft niet de macht en is daardoor wel gedwongen dit instrument te gebruiken. De partij zou méér effect kunnen hebben door initiatiefwetsontwerpen te maken, maar daarvoor hebben ze dan wel een meerderheid in de Tweede Kamer nodig.’

Prof. Cees van Woerkum, hoogleraar Communicatiemanagement[img]
‘De partij drijft mee op de maatschappelijke golven. Daardoor kan ze gemakkelijk scoren. De roep om aandacht voor dierenwelzijn is geen eenzaam geluid, het is iets dat veel mensen bezighoudt. Er is een algemeen gevoel van onbehagen. De Partij voor de Dieren weet die tendens te versterken.
Ze weten zeker te scoren. Ik merk dat LTO zich zorgen maakt. Die wil er voor zorgen dat bijvoorbeeld de melkveehouders gevoeliger worden voor de maatschappelijke vraag. Niet onthoornen, de levensduur van koeien verlengen, weidegang, dat soort dingen.
De Partij voor de Dieren is een agenderingspartij. Het stellen van veel Kamervragen is voor zo’n partij verstandig. De andere partijen zullen het waarschijnlijk erg irritant vinden, maar het is wel een mogelijkheid om publiciteit te pakken. Als het meezit ontstaat er een relletje, en dat pakt de pers weer op.
Of ze na de volgende verkiezingen weer in de Kamer komen, durf ik niet te voorspellen. Je ziet nu dat andere partijen zich veel meer bezighouden met dierenwelzijn. Misschien houdt de partij het nog een paar verkiezingen uit. Wellicht verdwijnen ze snel omdat anderen het stokje overnemen, maar het thema zal in ieder geval niet verdwijnen.’

Re:ageer